Universitaire carrière
“Na mijn universitaire studies in Gent ging ik aan de slag in de Iraakse businesswereld. Daar werkte ik als enige Europeaan die Arabisch sprak in een transportbedrijf. Ik arriveerde in Bagdad net toen het in de oorlog tussen Irak en Iran mis begon te gaan voor de hoofdstad. Een razend interessante periode. Enkele jaren later stapte ik de zakenwereld even uit en volgde een master Midden-Oostenpolitiek aan de Engelse universiteit van Exeter. Dat greep me zo aan dat ik doctoreerde en meerdere boeken schreef. Zo werd het alsmaar duidelijker dat ik in de universitaire sector zou blijven. In ’93 werd ik dan docent Internationale Betrekkingen aan de universiteit van Lancaster, waar ik later ook mijn ‘Chair’ verwierf, het hoogleraarschap. Drie jaar geleden keerde ik terug naar mijn eerste Engelse liefde: Exeter. Ik ben er professor Midden-Oostenstudies én directeur van het ‘Centre for Gulf Studies’. Dat is een onderzoekscentrum dat zich toelegt op het bestuderen van de Golfstaten. Wat me elke dag weer drijft is deels nieuwsgierigheid , deels dat ik als prof de kans krijg om de blik van studenten te helpen verruimen over enkele van de meest complexe kwesties binnen de internationale politiek. En last but not least: de mogelijkheid om als onderzoeker een band te creëren met de beleidswereld. In België ligt dat veel moeilijker, hier is er een veel sterkere traditie van ideeën uitwisselen dan in Brussel.”
Apocalyps 76
“Het laatste jaar aan het Atheneum van Sint-Niklaas ligt nog vers in mijn geheugen. Ook al is het 33 jaar geleden dat ik er afstudeerde. Het lijkt alsof de foto’s van 100 dagen, van onze zelf georganiseerde Vlaamse Kermis en zonnige trip richting Ardennen, gisteren werden afgedrukt. Wij waren het laatste jaar voor de invoering van het Vernieuwd Secundair Onderwijs (VSO), daarom noemden we onszelf ‘Apocalyps 76’. Het jaar na ons speelde daar spitsvondig op in door hun jaar ‘Neonati 77’ te dopen. Er heerste een schitterende sfeer, ik had er goede vrienden én heel wat inspirerende leerkrachten. Die van Engels –‘den George’ – bijvoorbeeld, die me een stevige basis meegaf. Iets waar ik later, zo bleek, heel goed op kon teren. Maar ook de leraars Latijn en Grieks maakten van de taal een platform om de rijke, antieke wereld te ontsluiten. Met passie en vooral veel humor.”