Sociale sportjournalist
“Net als mijn vader wilde ik ook sportjournalist worden. Maar ik ben wel altijd wat een buitenbeentje geweest. Ik vond bijvoorbeeld dat enkel en alleen focussen op topsport niet genoeg was. Nu legt de sportjournalistiek nog steeds de nadruk op dat hoge niveau, omdat er gewoon geen tijd is om ook andere zaken te belichten. Maar ik hield me dus ook sterk bezig met de sociale werking van sportploegen. IJveren voor het statuut van sporters vond ik bijvoorbeeld een heel belangrijk punt. Ook nu ben ik nog steeds bezig met journalistiek en sport, ondanks het feit dat ik tien jaar geleden op pensioen ging. Ik draai nu een beetje mee in het communicatiebedrijfje van mijn kinderen.”
Neutraliteit
“Het Atheneum van Aalst had in die tijd enorm veel aanzien in Vlaanderen. Het stond bekend om zijn verregaande neutraliteit en vervulde een echte voorbeeldfunctie. Zo vonden wij het heel vreemd hoe ze in andere scholen een gebedje moesten opzeggen voor elke les. Maar de neutrale opstelling van de school ging nog verder dan dat. Eind de jaren ’50 bestond er heel wat onenigheid wat betreft onderwijs: de schoolkwestie die uitmondde in de tweede schoolstrijd, de socialistische minister Leo Collard die voor heel wat commotie zorgde. Het KA Aalst deed daar allemaal openlijk niet aan mee. Dat was behoorlijk vooruitstrevend voor die tijd.”
Dubbel
“Mijn relatie met het Gemeenschapsonderwijs is eigenlijk dubbel: ik ben afgestudeerd aan het Koninklijk Atheneum van Aalst in 1957 en enkele jaren later controleerde ik diezelfde school als inspecteur van het ministerie van Onderwijs. Ik moet er nog steeds een beetje om lachen, dat was zo’n vreemde situatie! De mooiste herinnering aan mijn tijd op het Atheneum, is het feit dat ik alles deelde met mijn studiegenoot en beste vriend, Piet Van Eeckhaut, die uiteindelijk advocaat werd. Piet en ik zaten zeker 8 jaar lang samen in de klas, deelden lief en leed en studeerden ook tegen elkaar op. We hadden allebei een heel grote prestatiedrang!”