“Wetenschappelijke achtergrond helpt bij het ontwerpen”
Het lijkt geen logische keuze om na een theoretische richting als Wetenschappen-Wiskunde edelsmeedkunde te kiezen. Nedda El-Asmar ziet dat niet zo. “Ik wist altijd dat ik met mijn handen wilde werken. Toen ik afstudeerde aan het atheneum leek het me wel iets om een ambachtelijke kunstopleiding te volgen. Op die leeftijd weet je nog niet hoe het gaat uitdraaien, dus proberen kon geen kwaad vond ik. Het maakt ook niet echt uit welke richting je ervoor hebt gevolgd, het is vooral belangrijk te ontdekken wat je graag doet en waardoor je gepassioneerd raakt. Mijn wetenschappelijke kennis kwam trouwens goed van pas in de lessen materiaalkennis en edelsteenkunde. Na 2 jaar voelde ik dat mijn voorkeur naar het ontwerpen van gebruiksvoorwerpen ging. Ik vond juwelen te klein”, lacht ze. Meteen na een vervolmakende opleiding aan het prestigieuze Royal College of Art te Londen begon ze te ontwerpen voor bedrijven. “ Je eigen stijl ontwikkel je geleidelijk aan. Je moet jezelf tijd geven om te ontplooien, je wordt immers geen schilder op één dag.” Ondertussen gooit ze zich ook in het ontwerpen van totaalinterieurs, steeds met detaillistische aandacht voor vakmanschap, zonder traditioneel te zijn, en met oog voor duurzaamheid en functionaliteit. Zoals haar inrichting van het nieuwe Belgische onderzoeksstation Prinses Elisabeth op Antarctica. “Eerst had ik een ceramieken servies ontworpen. De International Polar Foundation was tevreden over mijn aanpak en het resultaat dat ik op twee maanden tijd de hele binnenhuisinrichting mocht samenstellen, een enorme uitdaging. Hier kwam mijn wetenschappelijke achtergrond goed van pas want je moet in zo extreme klimaatsomstandigheden met zoveel dingen rekening houden. Een goede materiaalkennis was bij dit project van essentieel belang. Tegelijk moest het ontwerp ook zo aangenaam mogelijk zijn voor de mensen die er in moeten leven en werken en omdat het een Belgisch onderzoeksstation is, heb ik vooral met Belgische bedrijven gewerkt. “
“We riskeren te veel te verliezen”
Haar grote liefde en respect voor haar vak wil ze doorgeven aan volgende generaties, daarom staat ze nu zelf voor de klas. “Ik heb geen behoefte om mijn kennis voor mezelf te houden. Die kennis delen met anderen vind ik leuk én noodzakelijk om te vermijden dat er kennis verloren gaat en nog meer ‘traditionele’ ambachten verdwijnen.We riskeren te veel te verliezen.” Ze heeft zelf heel goed herinneringen aan haar schooltijd. “Op het atheneum heb ik een ongelooflijk fantastische tijd gehad”, vertelt ze enthousiast. “Ook al moest je blokken, het was prettig om naar school te gaan, dankzij de open sfeer die er hing. Het GO! staat open voor leerlingen uit alle klassen en culturen. Je moet niet tot een bepaalde groep behoren om ernaar toe te gaan, wat je in het duurdere katholieke onderwijs soms wel ziet. In het GO! krijgt iedereen een gelijke kans.”