Flankerend onderwijsbeleid

8 kinderen en 1 leerkracht - speelplaats - lachen - lager onderwijs - diversiteit - horizontaal - JD.jpg
  • Flankerend onderwijsbeleid gaat volgens het GO! over gelijke onderwijskansen.

  • De lokale overheid speelt hier samen met lokale actoren een actieve rol  en houdt rekening met plaatselijke noden.

  • Voor een goede samenwerking tussen de partners zijn openheid en transparantie noodzakelijk.

  • De financiering van de lokale projecten moet transparant en rechtvaardig zijn.

GO! standpunt Meer info Tijdslijn

Het GO! is het ermee eens dat lokale onderwijsnoden bij voorkeur lokaal worden aangepakt. Het staat ten volle achter dit uitgangspunt van het decreet en wil alle GO! scholen aanmoedigen om hier actief aan mee te werken. Een van de pijlers van het pedagogisch project van het GO! is de maximale inzet op gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen. Zoveel mogelijk jongeren moeten de eindmeet halen door uitval, ongekwalificeerde uitstroom en spijbelen tegen te gaan en de leerlingen voor te bereiden op een leven in een multiculturele samenleving.

Om dit te bereiken moeten alle GO! scholen werk maken van de ideale school zoals de visietekst ‘De school van mijn dromen’ die beschrijft. Een brede open school slaagt enkel als zoveel mogelijk lokale partners eraan meewerken. Via het flankerend onderwijsbeleid brengen die partners een lokale dynamiek op gang om aan gelijke onderwijskansen te werken. De GO! scholen werken hier actief aan mee en nemen er zelf het initiatief toe. Ze dragen bij aan de totstandkoming van de strategische meerjarenplanning van hun gemeente. Het flankerend onderwijsbeleid is voor het GO! een middel om samen met de lokale besturen het concept van brede school vorm te geven. Als er voor een flankerend onderwijsbeleid een goede dynamiek ontstaat tussen het lokale bestuur en de lokale actoren (schoolbesturen, CLB, Kind en Gezin, OCMW … ), bevordert dat de maximale gelijke kansen en de uitbouw van een brede open school. Het ene versterkt het andere, zoals een stevig lokaal onderwijsbeleid het Vlaamse onderwijsbeleid versterkt.

2 kinderen - op straat - zwaaien - leerlingenvervoer - sociaal -  horizontaal - bus.jpg
quote

We werken aan een geïntegreerd beleidsplan leerlingenvervoer voor elke scholengroep in overleg met de betrokken steden en gemeenten.

Lokale toepassing

Het lokale flankerend onderwijsbeleid krijgt vorm door de uitwerking van lokale projecten op basis van cofinanciering. De gemeente stippelt een lokale visie over flankerend onderwijsbeleid uit waarin de lokale actieplannen worden opgenomen. De gemeente coördineert het lokale overleg zodat er een breed gedragen beleid ontstaat. Is er een lokaal overlegplatform (LOP), dan overlegt de gemeente hiermee. Is er geen LOP, overlegt het lokaal bestuur ten minste met de schoolbesturen en de centra voor leerlingenbegeleiding.

  1. Het GO! betreurt dat het decreet enkel het LOP als de belangrijke partner van de lokale besturen ziet.

Neutrale regierol

Twee derde van de gemeenten is inrichtende macht van gemeentelijk onderwijs. Voor het flankerend onderwijsbeleid speelt het gemeentebestuur de dubbele rol van schoolbestuurder en algemeen regisseur. Die twee rollen vloeien in elkaar over zodat er tussen beide een spanningsveld ontstaat. De rol van de gemeente als schoolbestuurder mag geen aanleiding zijn tot verschillen in toekenning van sociale voordelen. De vrije onderwijskeuze mag door die dubbele rol niet in het gedrang komen. De gemeente vervult haar ondersteunende regierol met respect voor de eigenheid en het specifieke pedagogische project van de diverse scholen op haar grondgebied.

  1. De verzelfstandiging van scholen in de vorm van een gemeentelijke of provinciale vzw kan dit spanningsveld ontmijnen.
  2. Een vlot bereikbare gemeentelijke coördinator flankerend onderwijsbeleid zorgt voor de goede werking van het overlegorgaan dat instaat voor de visieontwikkeling en de uitwerking van de actieplannen en informeert en ondersteunt de scholen bij een wijziging in de regelgeving.

Het GO! moedigt zijn directeurs aan om zelf initiatief te nemen om bij het lokale flankerend beleidsoverleg aan te sluiten.

quote
co-teachingbis.jpg

Sociale voordelen

Het ‘Rapport van de bevraging van de overheid over sociale en andere voordelen’ van 2008 stelt vast dat:

  • gemeenten eerder sociale voordelen toekennen als ze zelf onderwijs organiseren;
  • sociale voordelen vooral aan basisscholen worden toegekend;
  • de tussenkomst voor het middagtoezicht in het basisonderwijs het meest voorkomende sociale voordeel is;
  • er in gemeenten met scholen uit verschillende netten duidelijke verschillen zijn in de toekenning van sociale voordelen. Gemeentescholen scoren hier het hoogst; basisscholen van het GO! het laagst.
  • gemeenten heel wat minder sociale voordelen aan secundaire scholen dan aan basisscholen toekennen.

Het feit dat gemeenten het leerlingenvervoer als sociaal voordeel en als concurrentiemiddel kunnen gebruiken, brengt de vrije schoolkeuze in het gedrang. Nieuwe contracten die voor het leerlingenvervoer worden afgesloten kunnen niet enkel voor het gemeentelijk onderwijs gelden.

  1. Het GO! vindt dat er objectieve criteria voor de toekenning van sociale voordelen moeten komen. Of een gemeente zelf inrichtende macht is of niet, speelt hierbij geen rol. Als de leerlingen van de ene school van een sociaal voordeel kunnen genieten, moet dat automatisch ook voor de leerlingen van de andere scholen in de gemeente gelden. Een uitvoeringsbesluit voor sociale voordelen is dringend nodig. Momenteel zijn de GO! scholen onvoldoende vertrouwd met de sociale voordelen en missen ze hierdoor kansen.
  2. Het GO! vraagt de Vlaamse overheid om met een uitvoeringsbesluit duidelijkheid in de problematiek van het leerlingenvervoer te scheppen en de achterpoortjes in de regelgeving te sluiten. Het dringt er op aan om het leerlingenvervoer in het licht van een duurzaam en geïntegreerd mobiliteitsbeleid te herbekijken.
  3. Voor het leerlingenvervoer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vraagt het GO! bijzondere aandacht. De Brusselse scholen staan voor heel wat uitdagingen en dat vereist een gecoördineerde aanpak.

Andere voordelen

De ‘andere voordelen’ die de lokale besturen – gemeenten, provincies, Vlaamse Gemeenschapscommissie – kunnen toekennen worden in het decreet Flankerend onderwijsbeleid niet gedefinieerd. Dat maakt een ongelijke behandeling mogelijk. De lokale besturen beslissen autonoom of ze deze voordelen al dan niet toekennen en bepalen er zelf de voorwaarden voor.

  1. Gemeenten die andere voordelen toekennen moeten dat voor alle leerlingen van hun gemeente doen.
  2. Het GO! is het ermee eens dat de provincie en de Vlaamse Gemeenschapscommissie hiervoor zelf criteria bepalen. Hun grondgebied is veel ruimer dan dat van een gemeente en voor hen is het onhaalbaar om andere voordelen toe te kennen zonder hieraan voorwaarden te koppelen.

Transparantie

De transparantie voor het toekennen van sociale en andere voordelen moet worden verbeterd. Lokale besturen moeten nu al aan de Vlaamse Regering jaarlijks een overzicht bezorgen van hun beslissingen over sociale en andere voordelen en hun uitgaven, maar dat gebeurt amper.

  1. Een effectieve meldingsplicht in het decreet moet hieraan tegemoet komen. Alle informatie over sociale en andere voordelen, de actieplannen en de gedane uitgaven van alle gemeenten kunnen in een centraal register bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) worden verzameld. Dat register bevat dan meteen inspirerende praktijkvoorbeelden.
  2. Lokale besturen die die meldingsplicht niet naleven moeten gesanctioneerd worden. Gemeenten mogen zich niet langer verschuilen achter het feit dat gemeentebeslissingen openbaar en raadpleegbaar zijn.
  3. Een op te richten commissie flankerend onderwijsbeleid kan middelen inhouden en gemeenten die de scholen op hun grondgebied degelijk informeren belonen.
  4. De gemeente moet een overlegorgaan voor flankerend onderwijsbeleid oprichten. Alle lokale onderwijspartners worden er op initiatief van het lokale bestuur van bij het begin voor uitgenodigd. Bij de actieplannen en de strategische meerjarenplanning zijn alle scholen van de gemeente betrokken.

Centrum- en niet-centrumsteden

Voor centrumsteden wordt er nog altijd een veel groter budget uitgetrokken, terwijl de problemen van sommige niet-centrumsteden vergelijkbaar zijn.

  1. Het GO! dringt erop aan om voor de niet-centrumsteden een groter budget te voorzien, zodat ook daar het flankerend onderwijsbeleid wordt aangemoedigd.
  2. In het ‘overlegplatform lokaal flankerend onderwijsbeleid’ voor de centrumsteden moeten alle onderwijsnetten worden betrokken.

Klachtenregeling

Het huidige decreet bepaalt niet waar men met klachten over de toekenning van sociale en andere voordelen terecht kan. Enkel de memorie van toelichting beschrijft hoe de betrokkenen een klacht kunnen indienen.

  1. Het GO! pleit ervoor om een klachtenregeling in het decreet op te nemen.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De voortzetting van de financiering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hangt af van het nieuw te sluiten protocolakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Tot zolang blijven de Brusselse gemeenten op droog zaad zitten.

  1. Het GO! pleit ervoor om spoedig werk te maken van dit protocolakkoord.

Het GO! waakt erover dat het leerlingenvervoer niet als een concurrentiemiddel wordt gebruikt en de vrije schoolkeuze niet in het gedrang komt.

quote
zomeracademiedag.jpg

Wat doet het GO!?

De GO! scholen moeten maximaal over de mogelijkheden van een lokaal flankerend onderwijsbeleid en de brede open school worden geïnformeerd.

  1. De lerende netwerken sensibiliseren de GO! scholen over de mogelijkheden van het flankerend onderwijsbeleid en het streven naar een brede, open school.
  2. Op de contactdagen voor het basis- en het secundair onderwijs wordt het flankerend onderwijsbeleid toegelicht.
  3. De centrale diensten verlenen advies bij de toepassing van het decreet flankerend onderwijsbeleid in lokale dossiers en ondersteunen de scholen bij  klachten.
  4. Elke scholengroep installeert een lokaal ankerpunt voor informatie over het flankerend onderwijsbeleid. Het geeft inzicht in de voordelen ervan en de besteding van de beschikbare middelen.
  5. Het GO! moedigt directeurs aan om zelf initiatief te nemen om bij het lokale overleg aan te sluiten.

De tussenkomst voor het middagtoezicht is het meest voorkomende sociaal voordeel in het basisonderwijs.

  1. Het GO! brengt ook de overige sociale voordelen meer onder de aandacht van de basis- en secundaire scholen.

Nieuwe initiatieven voor leerlingenvervoer in het basisonderwijs kunnen enkel als ze voor alle leerlingen in de gemeente gelden.

  1. Het GO! waakt erover dat het leerlingenvervoer niet als een concurrentiemiddel wordt gebruikt en de vrije schoolkeuze niet in het gedrang komt.
  2. Het GO! werkt aan een geïntegreerd beleidsplan leerlingenvervoer voor elke scholengroep. Hiervoor overlegt het met de betrokken gemeenten, legt het lokale klemtonen en houdt het rekening met leefmilieu, mobiliteit, gezondheid en veiligheid.
  3. Per scholengroep ontwikkelt het GO! een beleidsplan dat op de lokale situatie is afgestemd.

Is er een lokaal overlegplatform (LOP), dan overlegt de gemeente hiermee. Is er geen LOP, overlegt het lokaal bestuur ten minste met de schoolbesturen en de centra voor leerlingenbegeleiding.

  1. Het GO! betreurt dat het decreet enkel het LOP als de belangrijke partner van de lokale besturen ziet.

Even terugblikken

Om de financiering van de vrije scholen door de gemeenten aan banden te leggen, somt artikel 33 van de schoolpactwet van 1959 de mogelijke sociale voordelen op. Gemeenten en provincies mochten voortaan aan de vrije scholen enkel financiële impulsen geven voor gezondheidstoezicht en sociale voordelen. Die sociale voordelen gingen vooral om opvang en middagtoezicht. Als een gemeente die aan de eigen scholen toekende, moest ze dat ook aan de andere scholen op haar grondgebied doen. De regelgeving over sociale voordelen voor het basisonderwijs werd in het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 overgenomen en uitgebreid met leerlingenvervoer en de toegangskosten tot het zwembad. Voor het secundair onderwijs gold nog steeds de regeling volgens de Schoolpactwet. Met de totstandkoming van het decreet flankerend onderwijsbeleid van 2007 ontstond een geïntegreerde regeling zowel voor het basis als het secundair onderwijs.

Wat wil de Vlaamse overheid?

De Vlaamse overheid, bevoegd voor het algemeen onderwijsbeleid, streeft vanuit het subsidiariteitsprincipe naar een maximale overdracht van bevoegdheden. Ze past dat toe in het decreet 'Flankerend onderwijsbeleid' en geeft hierbij de lokale overheid een uitdrukkelijke rol.

Het decreet 'Flankerend onderwijsbeleid' van 30 november 2007 definieert flankerend onderwijsbeleid als het geheel van acties van een lokale overheid om vanuit de lokale situatie en ter aanvulling van het Vlaamse beleid, in samenwerking met de lokale scholen en de lokale betrokken actoren, een onderwijsbeleid te ontwikkelen.

Bij de totstandkoming van het decreet werden de bepalingen over de sociale voordelen voor het basisonderwijs uit het decreet Basisonderwijs overgenomen, die voor het secundair onderwijs uit de Schoolpactwet. Op 26 april 2012 werd het decreet louter formeel gewijzigd, waarbij  het werd aangepast aan het Planlastendecreet. Dit decreet beoogde de vermindering van de planlast en rapporteringsverplichtingen van lokale overheden aan de Vlaamse overheid. Dit decreet is niet van toepassing op de Brusselse gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De beloofde tweede fase die het verstevigen van de regiefunctie van de gemeente en de aanpak van de problematiek van de sociale en andere voordelen beoogde, werd nog niet verwezenlijkt.

Vanaf 2016 worden de subsidies voor het lokaal flankerend onderwijsbeleid niet meer apart toegekend. Ze komen in het Gemeentefonds terecht, met het risico dat de gemeenten minder op lokaal onderwijsbeleid inzetten en het voor de lokale partners niet langer duidelijk is hoe en hoeveel de gemeente in onderwijs investeert.

Blader door de tijdslijn