donderdag 16 juni 2016
zeefdrukdrukdruk.jpg

Kunstig Competent

In het kader van de inhoudelijke vernieuwingen van het deeltijds kunstonderwijs gingen er in 2012 op vraag van de toenmalige minister van Onderwijs vier pilootprojecten van start. Kunstig Competent en Artistieke Competenties onderzoeken beide een nieuwe, competentiegerichte evaluatiepraktijk. Kunstenbad (dat jonge kinderen met diverse kunstdomeinen wil laten kennismaken) en Musi’x (dat muziektheorie en praktijk integreert) focussen op de toekomstige eerste en tweede graad.

Innovatief evalueren in het kunstonderwijs

De kunstpiloten

In het kader van de inhoudelijke vernieuwingen van het deeltijds kunstonderwijs gingen er in 2012 op vraag van de toenmalige minister van Onderwijs vier pilootprojecten van start. Kunstig Competent en Artistieke Competenties onderzoeken beide een nieuwe, competentiegerichte evaluatiepraktijk. Kunstenbad (dat jonge kinderen met diverse kunstdomeinen wil laten kennismaken) en Musi’x (dat muziektheorie en praktijk integreert) focussen op de toekomstige eerste en tweede graad.Kunstig Competent vond onderdak bij de Pedagogische begeleidingsdienst van het GO! (PBD-GO!), een broeikas voor innovatieve ideeën. De PBD-GO! schakelde Luk Bosman in, een pedagoog met heel wat ervaring in het (kunst)onderwijs, die het project de voorbije vier schooljaren met veel gedrevenheid in goede banen leidde. Tijd voor een terugblik.

 

leerkrachtKunst.jpg

Kunst verandert

Kunstig Competent sluit aan bij de inhoudelijke vernieuwingen die geformuleerd werden in de conceptnota Kunst verandert (2011) van de toenmalige minister van Onderwijs, door de omslag naar een competentiegerichte wijze van lesgeven, leren en evalueren voor te bereiden.

Het hoofddoel van het project was de ontwikkeling van pedagogisch-didactische middelen die kunnen ingezet worden bij de evaluatie en ontwikkeling van artistieke competenties.

Luk Bosman: "De ontwikkeling van artistieke competenties is erg belangrijk als onderdeel van de totale persoonlijkheidsontwikkeling. Het maakt iemand tot completer mens. Het is dan ook erg jammer dat kinderen soms vol enthousiasme starten in het deeltijds kunstonderwijs, maar later afhaken, vaak ontgoocheld in het eigen kunnen en ontmoedigd door evaluatiemethoden die soms iets te eenzijdig focussen op vaktechnische perfectie. En dat terwijl binnen artistieke vorming ook andere competenties heel waardevol zijn, zoals op elkaar kunnen inspelen bij samenspel of een publiek kunnen raken als performer. Helemaal in lijn met het PPGO, hebben we met Kunstig Competent onderzocht hoe we leerlingen kunnen ondersteunen bij de ontwikkeling van hun competenties, afgestemd op hun eigen talenten, mogelijkheden en behoeften, en hoe we die competenties kunnen evalueren."

 

examen.jpg

Naar een evaluatiebeleid dat ruimte biedt …

Het pilootproject zou aanvankelijk lopen van september 2012 tot augustus 2014, maar werd omwille van de mooie resultaten en het potentieel twee keer met een jaar verlengd.

Na die eerste fase van Kunstig Competent kon het project een belangrijke verwezenlijking op zijn conto schrijven: sinds september 2014 kunnen academies voor deeltijds kunstonderwijs ervoor kiezen de soms rigide regelgeving wat evaluatie betreft te vervangen door een eigen evaluatiebeleid.

Wie als kind les volgde aan een muziekacademie, heeft vast nog (goede of minder goede) herinneringen aan het traditionele openbare examen aan het einde van het schooljaar. Daar werd gewoonlijk bepaald of je uitvoering vaktechnisch voldeed of niet, of je de lat haalde of net niet. Ook nu academies meer vrijheid krijgen op het vlak van evaluatiebeleid, zal het openbare examen wellicht niet snel verdwijnen. En dat hoeft ook niet. Maar de evaluatie ervan kan wel op een andere manier ingevuld worden, zodat ook de competenties van leerlingen die vol passie improviseren of het publiek helemaal op hun hand krijgen naar waarde geschat worden.

jufenleerlingmetgitaar.jpg

De regelgeving met betrekking tot evaluatie aan de kant schuiven is één ding, zelf een kwaliteitsvol evaluatiebeleid uitbouwen is nog iets anders. Academies kunnen autonoom beslissen hoe ze dat evaluatiebeleid vormgeven. Uiteraard kunnen ze zich laten inspireren door het evaluatiebeleid dat verschillende pilootacademies, waaronder MA’GO Antwerpen en Academie voor Muziek, Woord en Dans Gent, hebben uitgewerkt.

De evaluatiepraktijken die de verschillende pilootacademies hebben uitgewerkt, zijn heel divers. Een ding hebben ze gemeen: punten en termen als ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’ zijn niet meer de norm. In de plaats daarvan wordt met woordrapporten gewerkt, met sjablonen met voorbeeldzinnen (minder arbeidsinstensief dan uitgebreide woordrapporten), met sleutelwoorden, met beelden die de ontwikkeling van competenties visueel voorstellen, met verschillende gradaties … Typerend is dat in zowat alle pilootacademies het evaluatiebeleid een evolutie heeft doorgemaakt van een beoordelende naar een voedende evaluatie, en het zo leerlingen de kans geeft zich optimaal verder te ontplooien.

Het pilootproject heeft er dus niet toe geleid dat er één nieuw evaluatiebeleid uit de bus is gekomen dat alle pilootacademies gebruiken. Wel integendeel! De variatie is groot. Elke academie voor deeltijds kunstonderwijs krijgt maximaal de vrijheid om op basis van haar eigen artistiek-pedagogische project haar eigen evaluatiebeleid vorm te geven.

… én kwaliteitsvol is

Vrijheid in het deeltijds kunstonderwijs, leidt dat niet tot excessen? Nee, zeker niet. Het is vanzelfsprekend dat het evaluatiebeleid van de academies voor deeltijds kunstonderwijs, net als dat van alle andere onderwijsinstellingen, aan een aantal criteria moet voldoen om een kwaliteitsvolle evaluatiepraktijk te waarborgen.

Concreet maakt het pilootproject Kunstig Competent, gebruik van de vier V’s, die de rode draad vormen doorheen de vele evaluatiemogelijkheden: de evaluatie moet voedend, veeleisend, veelzijdig en voortdurend zijn.

V1 Een voedende evaluatie geeft zin om verder te doen, motiveert, reikt leerlingen concrete feedback aan waarmee zich verder kunnen ontwikkelen.

V2 Omdat het hier om deeltijds kunstonderwijs gaat, en niet om (veeleer vrijblijvende) kunsteducatieve workshops, is de evaluatie veeleisend. Dat betekent echter níét automatisch dat de lat voor iedereen gelijk wordt gelegd; maatwerk is mogelijk, op basis van ieders zone van naaste ontwikkeling.

V3 Een veelzijdige evaluatie houdt rekening met verschillende rollen. Traditioneel wordt vaak alleen het vakmanschap beoordeeld, terwijl een evaluator een leerling ook kan evalueren in zijn rol van kunstenaar, onderzoeker, samenspeler, performer of uniek ik.

V4 Voortdurende evaluatie betekent dat het openbare examen op het einde van het jaar niet meer het enige evaluatiemoment hoeft te zijn. Evalueren gebeurt constant, tijdens iedere les. Dit hangt samen met een verschuiving van product- naar procesevaluatie dus. Ook zelfevaluatie wint steeds meer terrein.

kunstig_competent_eindfoto.JPG

De vernieuwende manieren van evalueren en de kwaliteitscriteria waaraan de evaluatie moet voldoen doen vermoeden dat de verwezenlijkingen van Kunstig Competent ook buiten het deeltijds kunstonderwijs tot hun recht kunnen komen, al is een concrete toepassing voorlopig nog toekomstmuziek.

De verschillende rollen (vakman, kunstenaar, onderzoeker, samenspeler, performer, uniek ik) vinden stilaan wel ingang in de specifieke lerarenopleidingen in de kunsten en ook andere instellingen lieten al interesse blijken. Binnen het secundair onderwijs werd alvast een eerste stap gezet met het nieuwe leerplan lichamelijke opvoeding en dans voor het kunstsecundair onderwijs, waar ook met rollen gewerkt wordt.

Laat je je graag inspireren?

De website www.kunstigcompetent.be herbergt een schat aan inspirerende praktijkvoorbeelden, een brochure met voorbeelden van alternatieve evaluatiepraktijken en andere materialen die gratis te downloaden zijn en waar je met je team en zelfs met je leerlingen mee aan de slag kunt.

De materialen werden in mei voorgesteld op regionale studiedagen, waar de aanwezige deelnemers er met veel enthousiasme mee aan de slag gingen.

Veel bijval hebben de kaartensets die lerarenteams kunnen gebruiken om de eigen en elkaars evaluatiepraktijk bloot te leggen. Door enkele kaarten te selecteren met elementen die je belangrijk vindt bij evaluatie en vervolgens de kaarten om te draaien, ontdek je met welke bril je evalueert: beoordeel je je leerlingen vooral als vakman, als performer of in nog een andere rol? De kaarten helpen om impliciete evaluatiepatronen te expliciteren, wakkeren de discussie aan, en bestaan ook in een light-versie om samen met jonge leerlingen mee aan de slag te gaan in het kader van zelfevaluatie.

Lees het volgende artikel

Ontvang het "Helemaal GO!"-magazine in je mailbox.

Laden...