"De discussie over kennis of vaardigheden is een valse discussie."

Interview met Jef Deville

Een stevige basis Frans
"Ik vind dat je pas vaardigheden kan verwerven in een taal als je voldoende kennis hebt, in de eerste plaats van woordenschat. Leerlingen slagen er vaak wel in hun boodschap te doen overkomen, ook door er gebarentaal aan toe te voegen. Ik vind echter dat het in het ASO niet voldoende dat de boodschap overkomt, want in hun verdere studies of in hun latere werk kan een stevige basis Frans nog goed van pas komen. Oud-leerlingen die in dat geval zijn, zijn me dan ook bijzonder dankbaar."

  • school:
    KA Maaseik
  • naam:
    Jef Deville
  • leeftijd
    52 jaar
  • studies:
    Secundair:
    - latijn-wiskunde, Sint-Lambertuscollega, Bilzen
    - Romaanse filologie KULeuven
  • loopbaan:
    - drie jaar Heilig Kruiscollege in Maaseik
    - nadien leraar Frans 2de en 3de graad KA Maaseik
Uitdaging
Toen ik afstudeerde in 1977 waren er veel vacatures voor het onderwijs. Ik heb gekozen voor Maaseik, een kleine school, een kleine stad aan de stroom, want ik was toen nog verwoed visser. Ik wilde iets doen met talen en bezig zijn met jonge mensen, dus was het onderwijs een vanzelfsprekende keuze. Leraar Frans zijn is tegenwoordig een hele uitdaging, want de voorbije dertig jaar is de kennis van het Frans er doorgaans op achteruit gegaan. Leerlingen hebben veel meer omhanden, zowel in als buiten de school. Voor elk vak moeten ze taken maken, een eindwerk voorbereiden, dingen opzoeken, en daarnaast ze hebben hun sport en hun hobby’s. De tijd die ze aan talen besteden gaat vooral naar Engels, omdat ze daar veel meer mee in contact komen. Ze pikken het op via het internet, radio en televisie, films, reclame, muziek, reizen enz. Met Frans worden ze buiten mijn lessen haast nooit geconfronteerd. Ik heb gelukkig ook leerlingen die veel beter Frans spreken en schrijven dan ik dat kon toen ik het college verliet, maar dat zijn meestal uitzonderingen die uitblinken in alle vakken.

Kennis of vaardigheden?
Ik wil mijn leerlingen zeker niet lastigvallen met pure kennis zoals bio- en bibliografieën van schrijvers, maar een basiskennis van woordenschat en spraakkunst wil ik hen graag meegeven. Niet dat ik slaafs een handboek volg; dat gebruik ik bijna niet meer. Ik maak de lessen zo aantrekkelijk mogelijk en werk vaak met actueel materiaal. Die aanpak werkt beter. Over de vraag ‘kennis of vaardigheden?’ heb ik al een discussie gehad met de onderwijsinspectie. Ik vind dat je pas vaardigheden kan verwerven in een taal als je voldoende kennis hebt, in de eerste plaats van woordenschat. Leerlingen slagen er vaak wel in hun boodschap te doen overkomen, ook door er gebarentaal aan toe te voegen. Ik vind echter dat je van ASO-leerlingen méér mag verwachten, want in hun verdere studies of in hun latere werk kan een stevige basis Frans nog goed van pas komen. Oud-leerlingen die in dat geval zijn, zijn me dan ook bijzonder dankbaar.

Onderzoekscompetenties
De eindtermen verplichten ons ook om bij te blijven. Tegenwoordig moeten leerlingen in de derde graad onderzoekscompetenties verwerven, een schitterend idee. Vier leerlingen moderne talen werken op dit moment bijvoorbeeld met veel enthousiasme aan een onderzoek over stereotypen over Frankrijk en de Fransen. Ze leren onder meer waar ze welke info kunnen vinden in de bibliotheek en op het internet, hoe ze kritisch moeten zoeken, wat betrouwbare bronnen zijn, enz. Ze leren ook samenwerken, de taken verdelen en een powerpointpresentatie geven. Er is maar één probleem: in onze kleine school – een bovenbouw van 200 leerlingen – schept dat een grote werkdruk. Met het steeds kleiner wordende lesurenpakket is onze school verplicht verschillende klassen samen te zetten voor onder meer Frans en Engels, bv. Latijn-Moderne talen samen met Humane wetenschappen. Voor dit soort opdrachten moeten we dan ook samenkomen buiten de lesuren.

Leve de kleinschaligheid
Gelukkig heeft een kleine school ook heel veel troeven. Ik geef aan bijna alle leerlingen van onze school les. De meesten wonen in de buurt en vaak hebben ook hun ouders nog bij me in de klas gezeten. Ik zie bovendien geregeld oud-leerlingen terug. Ook buiten de klas heb ik geregeld contact met de leerlingen. Zo ben ik een groot supporter tijdens hun sportwedstrijden. Voor of na zo’n wedstrijd laten ze gemakkelijker horen waarmee ze bezig zijn en wat er op hun lever ligt.

 

 

Luisterend oor
Leerlingen die uit ontwrichte gezinnen komen, halen vaak minder goede resultaten. Ik wil hen een luisterend oor bieden en nadien de nodige soepelheid aan de dag leggen. Iemand die niet opdaagt bij een test, kan van mij een tweede of zelfs een derde kans krijgen als hij een goede reden heeft. En ik wil ook wel een keertje begrip opbrengen voor een leerling die op maandagochtend te laat komt omdat hij de dag voordien laat heeft moeten werken. De afstand tussen leraar en leerling is veel kleiner geworden dan vroeger, en dat vind ik goed. Vroeger durfden we een leerkracht die we toevallig tegenkwamen nauwelijks te groeten. Die houding ligt mijlenver achter ons.

Mijn mooiste herinnering
We zijn indertijd gestart met een jonge lichting leerkrachten die echt iets van de school wilden maken, in onze lessen, maar ook daarbuiten. Schoolreizen naar Frankrijk, Spanje, Turkije, de Ardennen, Italië (waarvoor ik dan nog eens mijn Italiaans mag bovenhalen) of sporten buiten de schooluren... het is meestal de intussen ‘oude garde’ die dat op zich neemt. De schoolreis met de laatstejaars blijft elk jaar een hoogtepunt. Ook aan de Europaklassen in Alden Biesen heb ik schitterende herinneringen.

 


Nieuwe keuze?

Als ik mijn leven moest overdoen, zou ik zeker weer voor het onderwijs kiezen. Ik beleef nog altijd plezier aan het lesgeven, aan leerlingen een goede basis geven voor mijn vak, aan het feit dat ik hen kan voorbereiden op de maatschappij en op verder studeren. Ik leid ook graag jonge collega’s op. Zij krijgen een peter of meter toegewezen die hen de kneepjes van het vak leert, hoe ze kunnen reageren op een rumoerige klas bijvoorbeeld. Ik neem de herrieschoppers apart – dat zijn er altijd maar een paar – en ga met hen in gesprek, want straffen lost doorgaans weinig op. Ik vind het aangenaam om die ervaringen te delen met jonge collega’s.


Meer interviews met invloedrijke personen

Cathérine
Rotsaert
KA3 Voskens-
laan Gent
Hilde
Gouwy
KA Veurne
Pedro Tubbe
KTA Horteco
Vilvoorde
Ronald
Degroot
KA Tienen
Sandra
Van Landeghem
BS De Regen-
boog Ertvelde
       
Cathérine
Rotsaert
KA3 Voskens-
laan Gent
Hilde
Gouwy
KA Veurne
Pedro Tubbe
KTA Horteco
Vilvoorde
An Van Zeebroeck
KA Halle
Sandra
Van Landeghem
BS De Regen-
boog Ertvelde
Kevin Cassaert Hotelschool Turnhout  
 

© 2007 GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap - Emile Jacqmainlaan 20 - 1000 Brussel - tel. 02 790 92 00