Profvoetballer
Gedurende een tiental jaar ben ik profvoetballer geweest. Ik ben van Afrikaanse afkomst, maar ik ben niet naar hier gekomen om te voetballen, wél om te studeren. Ik groeide op in een pleeggezin en speelde voetbal in mijn vrije tijd. Op een gegeven moment kreeg ik de kans om daarin voort te gaan. Toen ik mijn eerste contract ondertekende bij Beerschot heb ik daarin laten opnemen dat ik het recht moest hebben om hogere studies te doen. Een carrière als voetballer is immers leuk, maar daarna heb je ook nog een leven hé! Ik combineerde het voetballen dus met een opleiding als regent Lichamelijke Opvoeding. Dat was niet altijd evident; een topsportstatuut bestond toen nog niet.
Welkom
Ik heb zelf de mogelijkheid gekregen om hier te studeren. Nu wil ik die kansen ook aan andere jongeren geven en er trachten voor te zorgen dat ze die kansen volledig benutten. Vooral het werken met anderstalige nieuwkomers vind ik interessant. Ik vind het in de eerste plaats belangrijk dat die jongeren zich hier na verloop van tijd goed voelen, dat ze graag naar school komen en dat ze het gevoel hebben dat ze hier welkom zijn én welkom blijven.
Alle leerlingen hebben hun problemen, maar ook hun goede kanten. We willen alle positieve aspecten eruit halen en die vermengen. Het is mooi om een Rus op de speelplaats te zien praten met een Afrikaan; in het Nederlands, want dat is de enige taal die ze gemeenschappelijk hebben.
Nederlands voor iedereen
Anderstalige nieuwkomers kunnen bij ons op elk moment van het jaar starten; er zijn geen vaste instapdata. We werken met drie verschillende niveaus. De jongeren hebben recht op een jaar OKAN, daarna stromen ze door naar het reguliere onderwijs. Ook daar trachten we hen zo goed mogelijk te begeleiden. We richten brugklassen op waarin leerlingen het gewone lessenpakket krijgen en extra lessen Nederlands, we hebben ook een heel uitgebreide GOK-werking, er zijn bijlesuren, er is huiswerkbegeleiding etc.
Microwereld
We trachten de diversiteit om te buigen tot een positief gegeven. Hoe meer diversiteit er is, hoe meer we van elkaar kunnen leren. Wanneer samenleven en samenwerken lukt in een microwereld als een school, dan lukt het uiteindelijk ook in de maatschappij. Zolang iedereen respectvol met elkaar omgaat, is diversiteit een pluspunt. Uiteraard zijn er ook knelpunten, maar die zijn er overal. Je moet over die problemen durven praten en ermee leren omgaan, maar je mag ze ook niet uitvergroten.
Positief zelfbeeld
Lesgeven in sterk gedifferentieerde groepen is niet makkelijk, maar er wordt echt keihard gewerkt door de collega’s. Ondanks de vaak moeilijke situaties zijn er jongeren die echt wel slagen. Dankzij het enthousiasme van het lerarenkorps halen we heel veel uit de kinderen. We zijn een echte zorgschool. Dat de jongeren een positief zelfbeeld ontwikkelen, vind ik essentieel. Ze moeten zich goed in hun vel voelen, pas dan kunnen ze ook iets leren. Soms zeg ik wel eens: “Stop! We gaan eerst aan het zelfbeeld werken en dán koppelen we terug naar de studies.”
Nood aan zorg
We zouden in onze school eigenlijk nog meer ondersteuning kunnen gebruiken. We krijgen te maken met kinderen uit ideale gezinnen, maar ook met kinderen die al aan hun derde of vierde stiefmoeder toe zijn, kinderen uit uiteengerukte families of kinderen met ouders die hun verantwoordelijkheid niet opnemen. De voortdurende aanwezigheid van een psycholoog zou geen overbodige luxe zijn. Of iemand die de jongeren permanent begeleidt in hun vrijetijdsbesteding. Er is in Antwerpen een groot aanbod aan activiteiten, maar je moet de kinderen ernaartoe krijgen. Soms moet je hen echt bij de hand nemen om hen te gaan inschrijven. Er wordt op dat vlak heel veel gevraagd van leerkrachten. Wanneer er in het weekend of in de vakantie iets gebeurt met een leerling belt die vaak een leerkracht op. Vele jongeren zijn bang van vakanties en blij wanneer ze weer naar school kunnen.
Mooiste herinnering
Ik vind het wel leuk om sommige leerlingen echt verrast te zien kijken omdat ik een Afrikaan ben. Soms komen er jongeren naar me toe die vragen: “Meneer, wat doe jij hier eigenlijk op school?” Ik antwoord dan dat ik leraar ben. “En jij hebt een bureau?!” Dat ze zien dat ik in een school werk en iets heb kunnen bereiken, is voor velen toch wel een stimulans.
Toen ik vroeger een interim deed in Arendonk en mijn eerste les lichamelijke opvoeding gaf, stonden alle leerlingen en zelfs de leerkrachten voor het raam te kijken om te zien wat ik deed. Zo verrast waren ze dat er een Afrikaan aan het lesgeven was.