
Op woensdag 16 april 2008 lanceerde de Stichting Technoplus in Wemmel onder de naam T-Day haar nieuwe visie op de samenwerking technisch onderwijs – industrie.
Technoplus is het duurzame samenwerkingsverband tussen het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen en de bedrijven Studiegroep Bontinck, Buhlmann, Deceuninck, Eandis, Randstad en VKC. Technoplus staat voor: aan de weg timmeren voor de broodnodige herwaardering, kwaliteitsverbetering en netwerking van het (nijverheids)technisch en wetenschappelijk onderwijs.
De talrijk opgekomen scholen en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven kregen eerst een bondige presentatie van de nieuwe visie van Techno+ , die ook haar weerslag vindt in de vernieuwde website www.technoplus.be
Nieuwe website
Deze website – die er gekomen is dankzij de steun van de communicatiedienst van het GO! - heeft alvast de ambitie om een stuk éénduidiger en transparanter te zijn dan de oude. De homepage maakt het al duidelijk: de aandacht wordt mooi verdeeld tussen de partners (zowel onderwijs- als bedrijfsactoren) die de werking van de Stichting Technoplus mogelijk maken, en de schoolprojecten die uiteindelijk de essentie van de wedstrijd uitmaken.
Op termijn wil de website, net als de Stichting Technoplus zelf, nog meer de klemtoon gaan leggen op de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Uiteindelijk zou deze website met de hulp van alle partners kunnen uitgroeien tot een portaalsite voor technisch onderwijs en technische beroepen.
Debat
Technisch onderwijs en technische beroepen, en meer bepaald “Hoe jongeren er warm voor maken” was dan ook niet toevallig het thema van het daaropvolgende debat, uitstekend gemodereerd door Pol Bracke, hoofdredacteur HR Magazine. De degens werden gekruist door Urbain Lavigne (toenmalig afgevaardigd bestuurder GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap), Fons Leroy (gedelegeerd bestuurder VDAB), Wilson Depril (directeur-generaal Agoria), Philippe Van den Bosch (afdelingshoofd public affairs Eandis) en Frank Vervaeke (operational director Randstad).
Urbain Lavigne legde de nadruk op het belang van de ‘Proeftuinen Basisonderwijs’ om jongeren de mogelijkheden van technologie te leren kennen nog voor de overgang tussen basis- en secundair onderwijs. “In zowat een kwart van de eerste reeks Proeftuinen – in 2005 gelanceerd door minister Frank Vandenbroucke - worden kinderen al van in het basisonderwijs in contact gebracht met technologie in meest brede zin. Eénmaal vertrouwd met technologie kunnen kinderen een meer gefundeerde keuze maken.” Een verlenging van deze proeftuinen is nu trouwens aan de orde. Overigens ligt bij de nieuwe reeks Proeftuinen het accent op studie- en beroepskeuze en werkplekleren, twee primordiale acties binnen de Competentieagenda.
Uiteraard is het cruciaal om hierbij ook de ouders over de streep te trekken. Urbain Lavigne: “Het zijn zij die – na de lagere school – beslissen welke studierichting hun kind gaat volgen. De meeste ouders hebben een compleet verkeerde perceptie over de toekomstkansen na het technisch onderwijs.”
Volgens Wilson De Pril is de foute perceptie over technische beroepen, een algemeen maatschappelijk probleem en een oud zeer waarvoor maar geen remedie gevonden wordt - overigens niet alleen in België maar in zo goed als heel West-Europa. “Dertig jaar verwoede pogingen van de industrie om zich beter te positioneren naar de jeugd, hebben amper iets opgeleverd. Waarschijnlijk is het een gebrek aan inlevingsvermogen in de denkwereld van jongeren dat ons parten speelt. De woordenschat die het bedrijfsleven in zijn campagnes hanteert schiet compleet aan hen voorbij.” Jammer, want heel wat sectoren hebben volgens Fons Leroy een nijpend tekort aan medewerkers en jongeren zouden met goede argumenten gelokt kunnen worden. Een goed argument is alvast, volgens Frank Vervaecke, het loon van technische geschoolden, waarover vele jongeren – en hun ouders voorop – totaal achterhaalde denkbeelden hebben. “Deze lonen liggen immers vaak een stuk hoger dan voor werknemers met een algemene studierichting als achtergrond.”
