Moeilijk, maar doenbaar
‘Het plezier dat ik beleef aan het karten neutraliseert bijna volledig de angst die ik voor de sport heb. In de bochten wordt altijd gereden met een zeer lage snelheid en een kart hangt ook zeer laag boven de grond. Over de kop vliegen is daardoor zo goed als onmogelijk. De hoge snelheid is wel wat anders. In het BEKC kunnen we met onze kart op het rechte stuk van een circuit zo’n 160 km per uur halen! Gelukkig ben ik voorlopig nog van zware crashes gespaard gebleven en ik hoop dat ook zo te kunnen houden.’
‘Vooral het laatste jaar is het trainen en het aantal wedstrijden fel toegenomen. Ik rijd immers weer mee in het Belkart en het BEKC én neem nu ook deel aan de voorrondes van het WK. De combinatie met school is daardoor niet zo evident. Het wordt elk jaar moeilijker aangezien zowel het kartleven als het schoolleven steeds drukker worden. Tot januari was ik ook nog basketter bij basketbalclub Herentals, maar dat heb ik moeten opgeven om de dingen nog te kunnen combineren. Op het moment is het moeilijk, maar doenbaar, en ik hoop dat het zo blijft. Ik zou natuurlijk van racen mijn beroep willen maken, maar ik ben er ook steevast van overtuigd dat ik verder ga studeren om een mooi diploma te halen. Ik ben namelijk ook zeer geïnteresseerd in wetenschappen. Wie weet wat de toekomst brengt?’
Sterke band met leerkrachten
‘Sommige leraren informeren altijd naar de resultaten als ik ze zeg dat ik een wedstrijd heb. Leerlingen daarentegen vinden mijn hobby niet zo interessant en ze schenken er niet zoveel aandacht aan. Aan de ene kant vind ik dat jammer, want hoe meer supporters, hoe beter natuurlijk. Aan de andere kant hoef ik ook niet door iedereen geconfronteerd te worden met vragen over mijn sport. Ik amuseer me wel in het Atheneum. Het grootste voordeel is wellicht dat de klassen er niet al te groot zijn. De leraren hebben tijd genoeg om ons bijvoorbeeld eens apart te nemen en ons iets uit te leggen als we iets niet snappen. De band tussen leerkrachten en leerlingen is er gewoon zeer goed!’