Inhoud
‘Ik neem de dingen zoals ze komen. Naar mijn gevoel kan ik nog jaren met theater bezig zijn. Toch, van zodra ik voel dat ik uitgeput raak en dat het me geen voldoening meer geeft, stop ik ermee. Wie weet ontdek ik later wel nog andere manieren om me uit te drukken: een boek schrijven bijvoorbeeld, of een film maken, of een schilderij. We zullen zien. In ieder geval, zolang het gaat om de inhoud van de kunst en niet om het geld, blijf ik bezig. Dat laatste blijf ik altijd heel indachtig bij alles wat ik doe.’
Ik ben ook gastdocent in het RITS. Elk jaar doe ik met de leerlingen één workshop van ongeveer een maand. Toch ben ik erg betrokken bij de werking van de school. Veel leerlingen lopen immers stage in één van mijn voorstellingen. Ik pas mijn lessen ook aan het jaar waaraan ik les geef aan. Zo laat ik een eerste jaar bijvoorbeeld heel intuïtief dingen doen, terwijl ik bij een derde jaar echt een voorstelling in elkaar steek. Bij de derdes geef ik de leerlingen ook heel wat inspraak. Ik vraag hen altijd wat ze nog missen in de opleiding. Die gaten probeer ik op te vullen. En net zoals het plezier me drijft bij het regisseren, stimuleert de wil om de leerlingen te ontplooien me bij het lesgeven.’
Positieve energie
'Ik denk dat de opleiding Woordkunst-Drama in mijn tijd nog in zijn kinderschoenen stond. Het is misschien vandaag al anders, maar toen lag de nadruk nog helemaal op de creatieve ontplooiing van de leerlingen. Dat misschien ten koste van de kwaliteit van de algemene vakken. Toch is het daar dat ik echt de impuls gekregen heb om professioneel met theater door te gaan. Ik geloof dat ik zonder mijn tijd in het Kunstonderwijs daartoe nooit gekomen was. Door de vrijheid die ik in Brussel ervaren heb, heb ik immers geleerd om positief met mezelf bezig te zijn. Als puber ben je immers vaak heel ‘anti’. Je ‘haat’ alles. Daar in het Kunstonderwijs kreeg ik echter de drang om dingen te koesteren en mijn talenten te ontwikkelen.’