Redactionele huisstijl

Redactionele huisstijl 

A. Centrale administratieve diensten

1. afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel
2. afdeling Financiën
3. afdeling Infrastructuur
4. afdeling Interne organisatie
5. Stafdiensten

B. Pedagogische diensten

1. Pedagogische begeleidingsdienst
2. Centrum voor nascholing
3. Permanente ondersteuningscel voor de CLB's

C. Briefopmaak

--------------------------------------------------------------

Benaming diensten en entiteiten

A. Centrale administratieve diensten

Afdelingen

1. afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel

Correcte schrijfwijze

Het woord 'afdeling' schrijf je met een kleine letter, de naam van de afdeling zelf begint met een hoofdletter, de naam van de entiteit met een hoofdletter.


bv. afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel (met een klein liggend streepje)
entiteit Basisonderwijs

Overzichtslijst benamingen afdelingen en entiteiten

U vindt hier een lijst met telkens de afdeling in hoofdletters en de entiteit in kleine letters, zoals ze vermeld worden op de brieven.

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
basisonderwijs

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
secundair onderwijs

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
buitengewoon onderwijs en CLB

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
niet-leerplichtonderwijs

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
personeelsaangelegenheden

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
contractueel personeel

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
bijzondere maatregelen

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
internationalisering

AFDELING ONDERWIJSORGANISATIE EN –PERSONEEL
coördinatie regelgeving en asp-projecten

terug naar boven

2. Afdeling Financiën

Correcte schrijfwijze

Het woord 'afdeling' schrijf je met een kleine letter, de naam van de afdeling zelf begint met een hoofdletter, de naam van de entiteit met een hoofdletter.


bv. afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel (met een klein liggend streepje)
entiteit Basisonderwijs

Overzichtslijst benamingen afdelingen en entiteiten

U vindt hier  een lijst met telkens de afdeling in hoofdletters en de entiteit in kleine letters, zoals ze vermeld worden op de brieven.

AFDELING FINANCIËN
datacentrum

AFDELING FINANCIËN
budgettair toezicht

AFDELING FINANCIËN
interne boekhouding en begroting

AFDELING FINANCIËN
dotatie

AFDELING FINANCIËN
helpdesk

AFDELING FINANCIËN
financieel advies

AFDELING FINANCIËN
econometrisch onderzoek

AFDELING FINANCIËN
afdelingshoofd

AFDELING FINANCIËN
secretariaat

AFDELING FINANCIËN
verificatie

AFDELING FINANCIËN
ICT

AFDELING FINANCIËN communicatiedienst                                                                                                                               

terug naar boven

3. afdeling Infrastructuur

Correcte schrijfwijze

Het woord 'afdeling' schrijf je met een kleine letter, de naam van de afdeling zelf begint met een hoofdletter, de naam van de entiteit met een hoofdletter.


bv. afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel (met een klein liggend streepje)
entiteit Basisonderwijs

Overzichtslijst benamingen afdelingen en entiteiten

U vindt hier  een lijst met telkens de afdeling in hoofdletters en de entiteit in kleine letters, zoals ze vermeld worden op de brieven.

AFDELING INFRASTRUCTUUR
centraal

AFDELING INFRASTRUCTUUR
regio West
adres: Schoonmeersstraat 26- 9000 Gent  Tel: 09 242 48 00  Fax: 09 242 48 56

AFDELING INFRASTRUCTUUR
regio Oost  
adres: Thonissenlaan 58
3500 Hasselt
Tel.: 011 22 87 41
Fax.: 011 22 87 46

terug naar boven

4. afdeling Interne organisatie

Correcte schrijfwijze

Het woord 'afdeling' schrijf je met een kleine letter, de naam van de afdeling zelf begint met een hoofdletter, de naam van de entiteit met een hoofdletter.


bv. afdeling Onderwijsorganisatie en -personeel (met een klein liggend streepje)
entiteit Basisonderwijs

Overzichtslijst benamingen afdelingen en entiteiten

U vindt hier  een lijst met telkens de afdeling in hoofdletters en de entiteit in kleine letters, zoals ze vermeld worden op de brieven.

AFDELING INTERNE ORGANISATIE
personeelsadministratie en -ontwikkeling

AFDELING INTERNE ORGANISATIE
juridische dienst

AFDELING INTERNE ORGANISATIE
documentatie- en kennisbeheer

AFDELING INTERNE ORGANISATIE
logistieke ondersteuning en centrale aankopen

AFDELING INTERNE ORGANISATIE
secretariaat

terug naar boven

5. Stafdiensten

Correcte schrijfwijze

Het woord 'stafdienst' schrijf je met een kleine letter, de naam van de dienst zelf begint met een hoofdletter. De naam van de entiteit begint eveneens met een hoofdletter. Het woord ‘entiteit’ wordt al dan niet vermeld.


bv. stafdienst Interne kwaliteit

entiteit Klachtencoördinatie

Overzichtslijst benamingen afdelingen en entiteiten

U vindt hier  een lijst met telkens de afdeling in hoofdletters en de entiteit in kleine letters, zoals ze vermeld worden op de brieven.

STAFDIENST CENTRALE BESTUURSORGANEN
algemeen secretariaat

STAFDIENST CENTRALE BESTUURSORGANEN
secretariaat voorzitter

STAFDIENST CENTRALE BESTUURSORGANEN
secretariaat afgevaardigd bestuurder

STAFDIENST STRATEGISCH PLAN

STAFDIENST INTERNE KWALITEIT
emancipatieambtenaar/vertrouwenspersoon

STAFDIENST INTERNE KWALITEIT
klachtencoördinatie

STAFDIENST BELEID

GEMEENSCHAPPELIJKE PREVENTIEDIENST

ONDERZOEKSCEL

terug naar boven

B. Pedagogische diensten

1. Pedagogische begeleidingsdienst

Correcte schrijfwijze

De naam van de dienst begint met een hoofdletter. De naam van de entiteit begint eveneens met een hoofdletter.


Bv. Pedagogische begeleidingsdienst

entiteit Adviseur-coördinator

Overzichtslijst benamingen afdelingen en entiteiten

U vindt hier een lijst met telkens de afdeling in hoofdletters en de entiteit in kleine letters, zoals ze vermeld worden op de brieven.

PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST

PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST
adviseur-coördinator

terug naar boven

2. Centrum voor Nascholing 

Correcte schrijfwijze

Centrum voor Nascholing

Overzichtslijst benamingen afdelingen en entiteiten

U vindt hier de vermelding zoals ze gebruikt wordt op de brieven.

CENTRUM VOOR NASCHOLING

terug naar boven

3. Permanente ondersteuningscel voor de CLB’s

Correcte schrijfwijze

Permanente ondersteuningscel voor de CLB's

Overzichtslijst benamingen afdelingen en entiteiten

U vindt hier een lijst met telkens de afdeling in hoofdletters en de entiteit in kleine letters, zoals ze vermeld worden op de brieven.

PERMANENTE ONDERSTEUNINGSCEL VOOR DE CLB’S
directie

PERMANENTE ONDERSTEUNINGSCEL VOOR DE CLB’S
kwaliteitszorg

PERMANENTE ONDERSTEUNINGSCEL VOOR DE CLB’S
ondersteuning

PERMANENTE ONDERSTEUNINGSCEL VOOR DE CLB’S
informatiebemiddeling

PERMANENTE ONDERSTEUNINGSCEL VOOR DE CLB’S
administratie

terug naar boven

C. Briefopmaak

 Algemeen

Regelafstand

Gebruik altijd de enkele of kleinste regelafstand. Enkel in teksten met schrifttekens boven of onder de basislijn of in bijzondere teksten mag u een grotere regelafstand gebruiken. Pas dus geen kunstgrepen toe om de tekst van de brief over heel het blad te spreiden.
Alinea’s springen nooit in. De alineaopmaak zorgt vanzelf voor een scheiding tussen de alinea’s. U hoeft dus geen witregels te gebruiken. Binnen een alinea kunt u afgeronde tekstdelen die onderling een duidelijke samenhang vertonen, markeren door ze aan de kantlijn te laten beginnen.

terug naar boven

Spatiëringen

Laat slechts 1 spatie na elk leesteken, dus ook na een punt, vraagteken of uitroepteken. Laat ook 1 spatie zowel voor als na de gedachtestreep (-) en het beletselteken (...). Als het beletselteken aan het eind van een zin staat, hoeft u geen slotpunt meer te typen.
Laat nooit een spatie tussen het einde van een woord en een vraagteken, uitroepteken of dubbelpunt. Ook binnen haakjes en voor en na het koppelteken (bv. e-mail) worden geen spaties ingelast. Een uitzondering is het dubbel huisnummer. In dat geval laat u wel een spatie voor en na het koppelteken. Voorbeeld: Zijp 14 - 16

terug naar boven

Witruimten

1 regel wit tussen de 2de referentieregel en het onderwerp
2 regels wit tussen het onderwerp en de aanspreking
1 regel wit tussen de aanspreking en de eerste alinea
1 regel wit tussen elke volgende alinea
1 regel wit tussen de laatste alinea en de slotformule
6 regels wit (voor de handtekening) tussen de slotformule en de ondertekening (d.i. naam en functie van de ondertekenaar)
2 regels wit tussen de ondertekening en de vermelding van eventuele bijlagen en/of kopieën

terug naar boven

Vervolgpagina’s

Wordt de brief langer dan één bladzijde, dan typt u in de rechterbenedenhoek drie punten () en op het vervolgblad rechts bovenaan het cijfer 2 enz., zonder punt erna.

terug naar boven

 Onderdelen van de brief

Adressering

Plaats
De adressering begint tegen de linkerkantlijn.

Vorm
De adressering bestaat uit maximum zeven regels, zonder witregels ertussen. Elke regel dient voor een bepaald onderdeel van de adressering en het geheel moet in een welbepaalde volgorde staan:

  • specifieke vermelding
  • aanschrijftitel + voornaam + familienaam
  • functie en/of afdeling
  • organisatie
  • straat en huisnummer en/of busnummer
  • postcode en gemeente
  • land

De 1ste regel wordt in de praktijk weinig gebruikt. Specifieke vermeldingen hebben te maken met de interne postsortering. We schrijven ze volgens de huisstijl met een kleine letter aan het begin.
Voorbeelden:
aangetekend - drukwerk - luchtpost - expres - huispost - dringend

De 2de regel begint met de aanschrijftitel, gevolgd door de voornaam (eventueel de initialen) en de familienaam van de geadresseerde.Enkel het eerste woord van de aanschrijftitel begint met een hoofdletter. Gebruik nooit afkortingen zoals Dhr., Mr. of Mevr. (Mr. is immers de academische titel voor advocaten en notarissen).
Tussen de aanschrijftitel en de voornaam komt eventueel de academische titel. Academische titels zijn altijd afgekort en met kleine letters geschreven, en met een punt en een spatie erachter.

Er is geen enkele reden om de volledige familienaam in hoofdletters te schrijven, behalve wanneer de familienaam ook als een voornaam kan beschouwd worden.
Voorbeelden:
De heer prof. dr. Peter Verbruggen
Mevrouw ir. Renilde Verbeeck
Prof. dr. Peter Verbruggen
De heer en mevrouw Marcel Van Laeken-Van Tienen
De heer Jo FRANS
De heren Chris Vertommen en Patrick Raes

De 3de regel dient om de geadresseerde met zijn functie en/of afdeling te situeren in de organisatie waar uw brief naartoe moet. De functienaam begint met een kleine letter. Het gebruik van de kleine letter wijst hoegenaamd niet op een gebrek aan eerbied voor de aangeschreven persoon. Aan het begin van het woord ‘dienst’, ‘afdeling’ of sector is een hoofdletter niet verplicht, wel aan het begin van de naam van de dienst, afdeling of sector.
Voorbeelden:
algemeen directeur Scholengroep xxx
voorzitter werkgroep xxxxx
afdelingshoofd afdeling Infrastructuur
medewerker afdeling Interne organisatie
afgevaardigd bestuurder

Op de 4de regel komt de officiële naam van de organisatie waar de brief naartoe gaat.
Voorbeelden:
Scholengroep 6-Rivierenland
Vlaamse Onderwijsraad
Departement Onderwijs

De 5de regel dient voor de straatnaam, het huisnummer en eventueel het busnummer in het adres van de organisatie. Schrijf alles achter elkaar, zonder leestekens, maar met één spatie tussen elk onderdeel. Schrijf altijd voluit bus in plaats van een schuine streep achter het huisnummer. Dubbele huisnummers worden weergegeven met een koppelteken en een spatie voor en na het koppelteken.
Voorbeelden:
Schapenstraat 7 bus 24
Zijp 14 - 16

Op de 6de regel komt het postnummer en de naam van de gemeente. Laat één spatie na het postnummer en schrijf de naam van de gemeente in hoofdletters. Bij correspondentie met het buitenland schrijft men eerst de ISO-code van het land van bestemming, onmiddellijk gevolgd door een liggend streepje en het postnummer.
Voorbeelden:
1800 VILVOORDE
1000  BRUSSEL
FR-75013 PARIS

terug naar boven

Referenties

Plaats 
De referenties staan onder de adressering en zijn in twee rijen gespreid over de breedte van de pagina.

Vorm
Uw bericht van
Hieronder komt de datum van de brief, het faxbericht of het telefoongesprek waarop uw brief een reactie is. Zo vermijdt u dat uw brief begint met het cliché Als antwoord op uw brief van….

Uw kenmerk
Dit vult u enkel in als uw brief een antwoord is op een brief die u ontvangen hebt en als die brief zelf een code vermeldt onder de titel ‘Ons kenmerk’.

Ons kenmerk
Hier geeft u aan waar de brief in onze administratie terug te vinden is en welke personen verantwoordelijk zijn voor de inhoud en de uitvoering van de brief. De code bevat de volgende onderdelen, telkens van elkaar gescheiden door een schuine streep:

  • de afgekorte benaming van de afdeling of dienst en/of sector waarvan de brief uitgaat;
  • de initialen van de auteur van de brief (= meestal contactpersoon);
  • (eventueel, als het iemand anders is) de initialen van de persoon die de brief getypt heeft;
  • het nummer waaronder de brief in de Indicateur geregistreerd werd.

Voorbeeld:
OND/EMA/EO/200400200134.1

Bijlagen
Hier typt u het aantal bijlagen dat bij uw brief gevoegd wordt.

Vragen naar/e-mail
Hier komt het e-mailadres van de contactpersoon (meestal de dossierbeheerder en  auteur van de brief).

Telefoonnummer
Daarnaast komt het telefoonnummer waarop de contactpersoon rechtstreeks te bereiken is.

Datum
Hier typt u de datum in cijfers volgens de notatie dd-mm-jjjj. De onderdelen worden van elkaar gescheiden door een koppelteken.

terug naar boven

Onderwerp

Plaats
De omschrijving van het onderwerp komt links tegen de marge.

Vorm
Het woord Onderwerp of Betreft komt in onze huisstijl niet voor. Enkel de omschrijving van de titel wordt getypt, bij voorkeur in vetjes. Gebruik geen ander lettertype of andere lettergrootte. Er komt geen leesteken aan het eind. Het onderwerp wordt zeer beknopt en duidelijk omschreven en geeft de kern van de hele brief weer.

terug naar boven

Aanspreking

Plaats
Net als het onderwerp en de adressering begint de aanspreking vanaf de linkermarge.

Vorm
Het eerste woord van de aanspreking begint altijd met een hoofdletter. Verder gebruikt u geen hoofdletters, behalve als u de familienaam van de geadresseerde erbij vermeldt. Aan het eind van de aanspreking plaatst u geen leesteken.

Hoe spreekt u de geadresseerde(n) aan?
Er zijn verschillende mogelijkheden:

Eén persoon
Geachte heer (Vermeulen)
Geachte mevrouw (Devries)
Weet u niet of de ontvanger van uw brief een man of een vrouw is, opteer dan voor Geachte mevrouw, geachte heer.
Heeft de aangesprokene een belangrijke functie, spreek hem of haar dan ook zo aan. Net als bij de adressering hebt u voor de spelling van de beginletter van de functienaam de keuze tussen de progressieve en de conservatieve stijl.
Mevrouw de algemeen directeur/Algemeen directeur
Mijnheer de minister/Minister (niet Geachte heer minister!).

Vermijd aansprekingen met Waarde (enkel tussen personen van gelijke rang maar ouderwets) en Beste (Jan) (zeer informeel en dan nog bij voorkeur gevolgd door de voornaam). Vermijd ook iemand aan te spreken met Geachte zonder meer.

Twee personen

  • een echtpaar: Geachte heer en mevrouw Van Laken-Van Tienen
  • niet gehuwd: Geachte mevrouw (X), geachte heer (Y)
  • twee heren: Geachte heren X en Y
  • twee dames: Geachte mevrouw X, geachte mevrouw Y (niet Geachte mevrouwen!)

Een groep personen, een bedrijf of een bestuurlijk orgaan

Aangezien de lezer van een brief altijd maar één persoon tegelijk is, kan men beginnen met Geachte mevrouw, geachte heer. Ook als u niet weet aan wie u juist schrijft, kan deze aanspreking volstaan.
Andere mogelijkheden:
Geachte dames en heren
Geachte redactie
Geachte collega’s
Geachte leden van de Raad enz.

terug naar boven

Briefgesprek

Plaats
Net als het onderwerp en de aanspreking beginnen alle alinea’s van de brief tegen de linkermarge, zonder inspringing.

Lettertype
Onze huisstijl gebruikt voor brieven het lettertype Arial (lettergrootte 11) als standaard.

Inhoud
Het briefgesprek behandelt (doorgaans) slechts één onderwerp dat meestal in ten minste drie alinea’s logisch wordt uitgewerkt. De eerste alinea is de inleiding. Hierin geeft u aan waarover het gaat. Vermijd clichés zoals Als antwoord op…, Naar aanleiding van…. Daarvoor dienen de referenties. In het middenstuk wordt het onderwerp van de brief verder uitgewerkt. De slotalinea rondt de brief af. Vermijd clichés zoals Hopende u hiermee…, Vertrouwende dat u…, Inmiddels verblijven wij …en tekenen….

Omvang
Als u een grote hoeveelheid informatie moet meedelen (bv. een dienstbrief, een reeks van standpunten bij een discussienota, een beleidsnota enz.), voert u die informatie het best in een apart document in, dat u als bijlage voegt bij een korte inleidende brief.

 ‘Ik’ of ‘wij’?
De keuze tussen de ik- of de wij-vorm is afhankelijk van de inhoud van de brief. De wij-vorm is altijd nuttig als men spreekt ‘in naam van’: “Wij organiseren een concert op…”/ “wij geven een publicatie uit voor….”/ “wij organiseren een conferentie…”. 
De ik-vorm kunt u gebruiken in persoonlijke mededelingen, rouwbetuigingen (indien niet in naam van een organisatie of groep) e.d.

U of u?
Schrijf u en uw met kleine letter, behalve aan het begin van een zin. Gebruik de juiste werkwoordsvormen: u hebt, u bent, u kunt, u zult, u wilt. U heeft is formeel, u is komt zeer ouderwets over, u kan, u zal en u wil behoren tot de spreektaal.

terug naar boven

Slotformule

Plaats
De slotformule staat tegen de linkermarge.

Vorm
De slotformule begint met een hoofdletter en wordt niet gevolgd door een leesteken:
Met de meeste hoogachting
Hoogachtend
Met vriendelijke groet(en)

terug naar boven

Handtekening en ondertekening

Plaats
Tussen de slotformule en de ondertekening komt de handtekening. De ondertekening staat tegen de linkerkantlijn. Is er meer dan één ondertekenaar, dan worden ze naast elkaar geplaatst, de belangrijkste rechts.

Vorm
De ondertekening bestaat uit

  • de voornaam en familienaam van de persoon die tekent; schrijf de voornaam altijd voluit;
  • (op de volgende regel en ook tegen de linkerkantlijn) de functie van de ondertekenaar, zonder leesteken erna; de functienaam begint met een kleine letter.
    Voorbeelden:
    voorzitter
    afgevaardigd bestuurder
    afdelingshoofd afdeling Financiën

terug naar boven

 Taaltips

Eén enkele spelling

Op 1 september 1997 werden nieuwe regels ingevoerd voor het aaneenschrijven van woorden, de tussenklanken in samenstellingen, het gebruik van het koppelteken, het deelteken en de accenten en de spelling van bastaardwoorden. Sindsdien mag men niet meer kiezen tussen de progressieve en de voorkeurspelling.
We schrijven dus bijvoorbeeld altijd: apotheek, boekenbon, CAO-afspraak, comité, contact, daarbovenop, de islam, de minister van Onderwijs, eindtermenevaluatie, elektriciteit, elektronisch, erop, feedback, fotokopie, functie, gedachtegang, gedeletet, gefaxt, gelijkekansenbeleid, getimed, geüpdated, knowhow, kosten-batenanalyse, lay-out, linkerhelft, Microsoft-licentie, minicomputer, notendop, organiseren, pc-problemen, praktisch, product, publicatie, ruggespraak, West-Vlaams, woon-werkverkeer, zesmaal…
Bij twijfel is er altijd nog de Woordenlijst Nederlandse taal (het Groene Boekje) van half oktober 2005 (nieuwe, herziene uitgave) die voor het onderwijs en de overheid als enige officiële spellingnorm geldt. De woordenlijst is ook online te raadplegen op  http://www.woordenlijst.org. De Nederlandstalige spellingchecker van Microsoft Office is aan de nieuwe lijst aangepast. Een bruikbaar overzicht van de spellingregels is te vinden op de website van de Nederlandse Taalunie: http://taalunieversum.org/taal/spelling/. Genoeg middelen voorhanden dus, om twijfel bij het spellen te voorkomen.

terug naar boven

Het koppelteken

Het koppelteken wordt gebruikt

  • in samenstellingen met een afkorting, letter, cijfer of ander teken:
    BSO-opleiding, CLB-medewerker, CAO-overleg, ICT-uitrusting, PC/KD-project
  • in samenstellingen met Sint (St.) als eerste lid:
    KA Sint-Niklaas
  • in samenstellingen met een windstreek en hun afgeleiden:
    West-Vlaams, Noord-Limburgs, Zuidoost-Azië
  • met voorvoegsels zoals niet-, non-, oud-, vice-, adjunct-, privé-:
    niet-vacante betrekking, non-actief, oud-leerling, oud-leraar, adjunct-directeur
  • in titels die een rang aanduiden als het eerste lid een woord is dat ook zelfstandig als persoonsnaam kan voorkomen:
    minister-president, kandidaat-directeur, (de) technisch adviseur-coördinator

e-mail
Het koppelteken mag zeker niet ontbreken in de term e-mail als hiermee het elektronisch overbrengen van berichten bedoeld wordt (verwijst naar het Engels: electronic mail), om het te onderscheiden van het woord email dat verwijst naar een glasachtige massa.

Geen koppelteken
Er staat geen koppelteken in
eredirecteur, (de) afgevaardigd bestuurder, (de) pedagogisch adviseur(s), (de) algemeen directeur(s)…

terug naar boven

Cijfers, getallen en symbolen

Telefoonnummers
Sinds we verplicht zijn om in alle geschreven communicatie ook het zonenummer te vermelden, zijn leestekens (schuine streep of haakjes) overbodig geworden. We schrijven telefoonnummers zonder punten en met een spatie na elk relevant onderdeel.
Voorbeeld:
02 790 92 00

Tijdsaanduidingen
Het woordje uur schrijven we voluit of afgekort (u.) en aan het eind van de tijdsaanduiding (dus niet ertussenin).
Voorbeeld:
14.30 uur of 14.30 u.

euro en cent
Combinaties van de Europese munteenheid met een bedrag kunt u op drie manieren weergeven:

  • Noteer euro achter het bedrag:
    20,36 euro
    Schrijf euro altijd met een kleine letter, net zoals dollar, pond, yen.
  • Noteer EUR achter het bedrag:

20,36 EUR
EUR is de ISO-muntcode die internationaal wordt gebruikt.

  • Zet het  eurosymbool € voor het bedrag en laat een spatie tussen het teken en het bedrag:
    € 200,36
    Om het eurosymbool te typen, drukt u tegelijkertijd de toetsen Ctrl en Alt en de lettertoets ‘e’ in.

Als het bedrag kleiner is dan 1 euro, gebruikt u bij voorkeur de vermelding cent. Deze term wordt officieel afgekort als c (zonder punt). Schrijf cent en de afkorting c net als euro met een kleine letter. Gebruik nooit de term eurocent.

Schrijf euro en cent voluit in een gewone doorlopende tekst. Gebruik de ISO-code EUR en de afkorting c enkel in boekhoudkundige, financiële of economische teksten (d.i. in financieel jargon) en in tabellen als er bedragen en cijfers bij vermeld staan.

Enkelvoud of meervoud?
In de meeste gevallen gebruikt u het enkelvoud:
Dat kost 100 euro.
We schakelen over naar de euro.

Soms is zowel het enkelvoud as het meervoud mogelijk:
Een bedrag in miljoenen euro(‘s)
Omrekenen, werken in euro(‘s)

In de onderstaande gevallen is enkel de meervoudsvorm correct:
Daarvoor moet u ettelijke euro’s neertellen (na een onbepaald telwoord)
Die automaat werkt met euro’s (verwijst naar de muntstukken zelf)

terug naar boven

 

Verantwoordelijke Lieve De Cuyper – lieve.de.cuyper@g-o.be – tel. 02 790 92 97 – laatste update: 05.09.2008


GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Emile Jacqmainlaan 20 1000 Brussel tel. 02 790 92 00 www.g-o.be