HOT

HOT 

HOT staat voor Handbook for Occupational Travellers in Europe. Het HOT-eu-project is een Leonardo-project van zes scholen in Nederland, België en Duitsland. Voor het Belgische gedeelte zijn dit het Centra Deeltijds Beroepsonderwijs in Vilvoorde (KA Schaarbeek) en Maasmechelen. In het project participeren ook de Nederlandse kermisvakorganisatie BOVAK, twee Nederlandse kermisbedrijven en EFECOT, de Europese belangenorganisatie voor onderwijs aan kermiskinderen. CINOP, het Centrum voor de Innovatie van Opleiding verzorgt de projectcoördinatie in opdracht van het Apeldoorn College (de hoofdcontractant).

In de afgelopen jaren heeft het Apeldoorns College diverse projecten opgestart voor kermisexploitanten. Zo heeft zij in samenwerking met de Argo in België in het raam van het Petra-project B41 - NL 49, een aantal modules gemaakt, en met steun van het Nederlandse ministerie van Economische zaken het pakket Bedrijfseconomisch Beheer voor de kermisbranche. Ook heeft het Apeldoorns College, samen met 21 andere organisaties geparticipeerd in het TOPILOT-project. In dit project is een Europese telematica-service opgezet en zijn Europese leermiddelen voor reizende doelgroepen ontwikkeld.

Als aanvulling op de eerder ontwikkelde materialen over boekhouden en administratie (in PETRA, Bedrijfseconomisch beheer en het TOPILOT-pakket ‘Kermiszaken in Europia’) wordt in het HOT-project een leerpakket ontwikkeld voor grensoverschrijdende handel en transport. Hiertoe is eerst een model ontwikkeld om de informatie te presenteren. Dit model is eind 1997 opgeleverd.

De scholen zijn nu, met ondersteuning van de andere projectpartners, bezig het model in te vullen met landspecifieke informatie. Dit moet leiden tot drie leerpakketten:

  • een leerpakket voor Nederlandse kermisexploitanten (in het Nederlands),
  • een leerpakket voor Belgische (Vlaamse) kermisexploitanten (in het Nederlands),
  • een leerpakket voor Duitse kermisexploitanten (in het Duits).

In alle drie de leerpakketten wordt zowel informatie opgenomen over het ‘eigen land’, als over de twee buurlanden. Onderwerpen die besproken worden zijn onder andere:

  • transport
  • veiligheid
  • verzekeringen
  • sociale zekerheid
  • boekhoudkundige zaken
  • marketing-aspecten (prijs, plaats, promotie en reclame, producten en product-aansprakelijkheid)
  • personeel (lonen en sociale verzekering, arbo-wet en werkomstandigheden.

Na een korte test in de kermispraktijk in de drie deelnemende landen (in de herfst van 1998) zullen de leerpakketten in december 1998 worden opgeleverd. Alle leerpakketten zullen het karakter van een ‘open’ leerpakket hebben, dat kermisexploitanten relatief zelfstandig kunnen doorwerken. Eventueel kan het ook als naslagwerk gebruikt worden. Het uiteindelijke doel van de leerpakketten is door goede informatievoorziening en -uitwisseling de kermisexploitanten een sterkere economische positie te geven.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met  met mevrouw Jolanda Botke van CINOP, tel. + 31 73 6800841.

Wat betreft informatie over het Belgische deel kan u terecht bij Peter Van Dijck CDBSO Vilvoorde/Schaarbeek  (tel. 02 251 41 87).

 

GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Emile Jacqmainlaan 20 1000 Brussel tel. 02 790 92 00 www.g-o.be