Vluchtelingen

7 pubers - speelplaats - lachen - secundair onderwijs - diversiteit - verticaal - FV - spiegel.jpg
  • De plotse verhoging van het aantal vluchtelingen eind 2015 had gevolgen voor het onderwijs.

  • Vanaf de 60ste dag na de registratie als asielzoeker is een minderjarige leerplichtig.

  • Het is onze plicht om voor elk kind, elke jongere, en dus ook elke vluchteling zorg te dragen.

GO! standpunt Meer info Tijdslijn Praktijkvoorbeelden

‘Over de vluchtelingenproblematiek is ondertussen al veel inkt gevloeid’, zegt Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder van het GO!. ‘Onze samenleving davert op haar grondvesten en in allerijl worden antwoorden gezocht op de toestroom aan asielzoekers. Die antwoorden lopen sterk uiteen en zaaien ook Europees verdeeldheid. Het gaat van massale solidariteitsacties en kledinginzamelingen tot gesloten grenzen en zelfs haatcampagnes. Gelukkig overheerst een positieve ondertoon. Het is vooral zoeken naar mogelijkheden om de grondrechten van deze nieuwkomers te garanderen en hen een plaats te geven in onze samenleving. Binnen het onderwijs is dat niet anders: scholen bereiden zich voor op een warm onthaal om ook deze kinderen gelijke kansen te bieden.

Voor scholen en leerkrachten is die intentie niet nieuw. Uiteindelijk is het de kernopdracht van onderwijs om de ontwikkelingskansen van kinderen te maximaliseren en om hen te leren samenleven. Of het nu gaat om vluchtelingen of andere kinderen, maakt op zich niet eens zo veel uit. Het is onze plicht om voor elk kind, elke jongere, en dus ook elke vluchteling zorg te dragen'.

Elke school kan een aanvraag doen om een OKAN-klas te starten, maar dit moet wel goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering.

quote
1 puber - klas - zitten - secundair onderwijs - leergierig - horizontaal - JD.jpg

Het GO! kiest voor een spreiding van anderstalige nieuwkomers in de scholen. Op lokaal niveau moet gewerkt worden aan een coherent spreidingsbeleid en flankerend onderwijsbeleid. (‘Flankerend onderwijsbeleid’ is een vrij nieuwe term voor actieplannen die een gemeente ontwikkelt om vanuit de plaatselijke situatie en aanvullend bij het Vlaams onderwijsbeleid, het plaatselijke onderwijs te ondersteunen.)

Kinderen van asielzoekers in specifieke scholen concentreren is niet wenselijk. Maar om ze goed te spreiden moet er over de netten heen worden samengewerkt. De spreiding zelf moet voor iedereen helder en proportioneel zijn. De lokale overlegplatforms (LOP's) spelen hierin een cruciale rol. Waar er geen LOP is, kunnen de scholengroepen zelf een coördinerende rol spelen en het Agentschap voor Onderwijsdiensten van de Vlaamse overheid (AgODi) erbij betrekken.

Volgens het GO! gaat onderwijs binnen de opvangcentra in tegen de inclusie- en integratiegedachte. Die stelt dat we leerlingen, hoe divers ook, het best samen onderwijzen. Een mobiele unit in een opvangcentrum is geen volwaardige school. Binnen het volwassenenonderwijs is dit niet de eerste keuze maar gebeurt het al en moet dit ook kunnen.

Het GO! raadt de overheid aan om de opvang van gezinnen zo veel mogelijk binnen de lokale opvanginitiatieven te laten gebeuren en (indien onvermijdelijk) in opvangcentra met scholen dicht in de buurt. Verder moet de dispatching van Dienst Vreemdelingenzaken het verhuizen van opvangcentra naar opvangcentra zo veel mogelijk beperken, want vaak betekent dit ook dat een kind van school moet veranderen.

Dit zegt de wetgeving over onderwijs aan anderstalige nieuwskomers:

Leerplichtonderwijs

  • basisonderwijs

Elke basisschool kan onthaalschool zijn voor anderstalige nieuwkomers. Een anderstalige nieuwkomer weigeren kan enkel als de school al vier (voor een school met minder dan 100 leerlingen) of acht (voor een school met meer dan 100 leerlingen) ingeschreven heeft en wanneer zij vooraf een maximale capaciteit anderstalige nieuwkomers heeft vastgelegd. Vanaf zes anderstalige nieuwkomers krijgt de school extra lerarenuren (1,5 uur per week per anderstalige nieuwkomer), per vier anderstalige nieuwkomers komt er weer een schijf bij.

Er bestaan ook normen voor het vervolgjaar (voor gewezen anderstalige nieuwkomers): Voor de opvang van gewezen anderstalige nieuwkomers wordt er voor het volledige schooljaar één lestijd gefinancierd of gesubsidieerd per gewezen anderstalige nieuwkomer, die ingeschreven is op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. De teldag is dus de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. Zodra de school één gewezen anderstalige nieuwkomer telt, heeft de school recht op één aanvullende lestijd. Die lestijd blijft behouden voor de duur van het volledige schooljaar.

Binnen het LOP worden er afspraken gemaakt over de toeleiding van anderstalige nieuwkomers. De keuzevrijheid van de ouders moet altijd gerespecteerd worden, maar de anderstalige nieuwkomers worden wel zoveel mogelijk per zes naar één school toegeleid, zodat de school aanspraak kan maken op ondersteuningsuren.

Voor het schooljaar 2015-2016 werd in extra financiële ondersteuning voorzien voor bijkomende anderstaligen jonger dan vijf jaar. Scholen hadden recht op 950 euro ondersteuning per bijkomende niet-Nederlandstalige leerling jonger dan 5 jaar die de school op de eerste schooldag van februari 2016 telde.

Voor anderstalige kleuters die na 1 februari 2016 instappen, komt er op 1 juni 2016 een extra telling. Op basis daarvan ontvangen scholen op 1 september 2016 bijkomende lestijden. Scholen kunnen die lestijden organiseren in het ambt van kleuteronderwijzer. Tijdens het schooljaar 2016 – 2017 kunnen zij er onder bepaalde voorwaarden ook kinderverzorgers mee aanstellen.

  • secundair onderwijs

Het GO! telde 1082 OKAN-leerlingen op 1 december 2015, verdeeld over 16 scholen (OKAN staat voor ‘OnthaalOnderwijs aan Anderstalige Kinderen). Elke school kan een aanvraag doen om een OKAN-klas te starten, maar dit moet wel goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering. Die gaat na of het bestaande aanbod wel of niet de (regionale of lokale) behoeften aan onthaalonderwijs dekt. Op 1 juli 2016 telde het GO! 1501 OKAN-leerlingen in 26 vestigingsplaatsen.

Niet-leerplichtonderwijs

  • volwassenenonderwijs

Asielzoekers mogen zich meteen na hun asielaanvraag aanmelden voor een cursus Nederlands als Tweede Taal (NT2) bij een Huis van het Nederlands. Als een asielzoeker bij de inschrijving een ‘Attest voor inschrijving van asielzoekers in het volwassenenonderwijs’ kan voorleggen, betaalt hij geen inschrijvingsgeld. Het attest wordt afgeleverd door de instantie die de opvang organiseert (bijvoorbeeld Fedasil of het Rode Kruis). Het is twee weken geldig.

Asielzoekers die in een Vlaamse of Brusselse gemeente wonen, hebben na vier maanden asielprocedure – en zolang de procedure loopt – recht op een gratis inburgeringstraject. Dat bestaat uit een cursus maatschappelijke oriëntatie, lessen Nederlands en begeleiding naar werk, studie en vrije tijd. Het onthaalbureau nodigt hen per brief uit.

Erkende vluchtelingen of subsidiair beschermden die op het moment van hun erkenning in een Vlaamse gemeente wonen en daar blijven wonen, zijn verplicht een inburgeringstraject te volgen. Ze ontvangen een uitnodiging van het onthaalbureau en moeten zich binnen de drie maanden aanmelden. Erkende vluchtelingen of subsidiair beschermden die in Brussel wonen, vallen niet onder de inburgeringsplicht. Ze hebben wel recht op een inburgeringstraject. Dezelfde regels gelden voor de gezinsleden van erkende vluchtelingen of subsidiair beschermden.

Inburgeraars die prioriteit geven aan werk vinden, worden ook doorverwezen naar de VDAB (Vlaanderen) en Actiris (Brussel). Daar kunnen ze terecht voor loopbaanoriëntatie en begeleiding naar werk.

Even terugblikken

Het voorbije schooljaar kwamen opmerkelijk meer vluchtelingen naar België. De meeste van hen zijn op de vlucht voor de oorlogen in Syrië, Afghanistan en Irak. Van augustus tot december 2015 ging het gemiddeld over 4200 tot 4600 asielaanvragen per maand. Vanaf januari 2016 daalde het aantal weer. Maar daarmee eindigt de asielcrisis niet: de oorlog in Syrië duurt voort en het aantal asielzoekers kan weer stijgen (wie de meest recente cijfers wil volgen, surft naar de site van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen: www.cgvs.be/nl/cijfers).

Het woord ‘vluchteling’ zorgt al eens verwarring. Is dat hetzelfde als een ‘migrant’ of een ‘asielzoeker’. En wat is dan een ‘anderstalige nieuwkomer’? Even overlopen:

  • een asielzoeker is een mens die beweert op de vlucht te zijn en daarom asiel aanvraagt in een ander land. Die aanvraag wordt onderzocht tijdens een asielprocedure. De term ‘asielzoeker’ is dus een status.
  • een vluchteling is een status voor iemand die in het land van herkomst vervolging riskeert wegens etnie, religie, nationaliteit, sociale groepering (bijvoorbeeld holebi’s, vrouwen …) of een politieke mening.
  • een subsidair beschermde is een status voor een oorlogsvluchteling met minder rechten dan een vluchteling.
  • een migrant: iemand die hoopt zijn of haar persoonlijk leven in een ander land te verbeteren.
  • een niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) is een minderjarige die niet begeleid wordt door personen met ouderlijk gezag of voogdijschap.
  • een anderstalige nieuwkomer is een begrip uit het onderwijs. Het gaat om iemand die niet het Nederlands als thuis- of moedertaal heeft. Hij of zij beheerst het Nederlands onvoldoende, moet een nieuwkomer zijn die maximum een jaar in België is en mag nog niet langer dan negen maanden in een school ingeschreven zijn.
  • een vreemdeling is een verzamelterm.

Nog enkele cijfers: op 18 juli 2016 waren er 26.749 asielzoekers in België. 48% van de asielzoekers zijn personen in familieverband (ouders met kinderen), 40% zijn alleenstaande mannen, 5% zijn alleenstaande vrouwen en 7% zijn niet-begeleide minderjarigen (NBMV).

In 2015 dienden in totaal 3099 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) een asielaanvraag in. In de eerste helft van 2016 waren er dat 939. De top vijf van herkomstlanden volgens het aantal NBMV dat een asielaanvraag indiende in 2016: 1. Afghanistan(392), 2. Syrië (48), 3. Somalië (33), 4. Guinea (32), 5. Albanië (21), andere landen (126).

Wat wil de Vlaamse overheid?

Wanneer een asielzoeker zich registreert bij de dienst vreemdelingenzaken, krijgt hij of zij ook recht op opvang. Dat gebeurt in een open opvangcentrum of in een lokaal opvanginitiatief (LOI). Volgens het opvangmodel van Fedasil is het de bedoeling dat kwetsbare doelgroepen (zoals gezinnen met kinderen) en mensen met een hoge kans op erkenning naar een lokaal opvanginitiatief doorstromen. Dat is opvang gebonden aan de gemeenten en de OCMW. De idee daarachter is asielzoekers zoveel mogelijk over het land te spreiden.

Wie minder kans maakt op asiel (en minder lang in België zou blijven), blijft in een open opvangcentrum. Door de vluchtelingenstroom en opvangcrisis die in 2015 begon, is dit model niet houdbaar en komen er wel heel wat gezinnen met kinderen in de collectieve opvangcentra terecht.

60 dagen na de registratie worden kinderen en jongeren van asielzoekers leerplichtig. Zij hebben dus recht op onderwijs en zullen zich inschrijven in een school.

quote icoon

Het GO! kiest voor een spreiding van anderstalige nieuwkomers in de scholen. Op lokaal niveau moet gewerkt worden aan een coherent spreidingsbeleid en flankerend onderwijsbeleid.

Blader door de tijdslijn

Ontdek de praktijkvoorbeelden

magie_en_humor_in_GO_Keerbergen.JPG
Brede open school Leerlingenparticipatie Ondernemingszin en ondernemerschap Pedagogisch project Wereldburgerschap Zorg

Vluchtelingen helpen zorgt voor magie en humor

Van_tweedekansonderwijs_tot_manager_in_Latijns-Amerika.jpg
Niet leerplichtonderwijs Ondernemerschap

Van TKO tot CEO