Eindtermen

eind.jpg
  • De huidige eindtermen zijn niet echt minimumdoelen, de herziening ervan komt niets te vroeg

  • Eindtermen mogen niet vanuit een vacuüm worden ontwikkeld

  • Het startpunt om de kerndoelen te formuleren, zijn de Europese sleutelcompetenties

  • Ook differentiële einddoelen moeten mogelijk zijn

GO! standpunt Meer info Praktijkvoorbeelden

Hoog tijd voor herziening

Volgens het GO! komt de herziening van de eindtermen niets te vroeg. Door de jaren heen zijn heel wat evenwichten in het eindtermdenken namelijk verstoord geraakt. Zo moesten de eindtermen oorspronkelijk een systeemgericht kader zijn: de inspectie moest ze (via de leerplannen) kunnen gebruiken om de school als organisatie, als systeem door te lichten. Steeds meer worden deze eindtermen echter gebruikt om te focussen op leerresultaten en individuele, meetbare vorderingen. Daar is op zich niets mis mee, maar de einddoelen zijn daar eigenlijk niet voor ontwikkeld.

Een tweede vaststelling is dat de huidige eindtermen te veel uitgaan van een ideaalbeeld van de leerling en niet voortgaan op reële ontwikkelingsprocessen. Veel eindtermen zijn slechts in theorie minimumdoelen: soms zitten ze qua niveau onder het minimum, soms erboven. Daardoor leiden ze tot een hoge studiedruk bij leerlingen en een hoge verantwoordingsdruk bij scholen en leerkrachten. In tijden waarin onderwijs op maat en individuele leertrajecten steeds nadrukkelijker aan de orde zijn, is dat niet wenselijk.

Een derde kwestie is dat eindtermen duidelijk moeten maken ‘wat’ leerlingen moeten kennen, kunnen enz., maar dat het ‘hoe’ in handen blijft van scholen en leerkrachten. Dat evenwicht wankelt. Vervolgens is er het eerder vermelde juridisch kluwen: eindtermen hebben momenteel te veel statuten. Wat scholen precies moeten bereiken of nastreven – het verschil tussen resultaat- en inspanningsverplichting - is eigenlijk niet zo duidelijk en relevant voor de school- en klaspraktijk. Ten slotte moet de relatie tussen de eindtermen en de manier waarom scholen hun kwaliteit verzorgen worden scherp gesteld. De rol van de onderwijsinspectie, het gebruik van leerlingvolgsystemen, al of niet gevalideerde toetsen inzetten… Dit alles hangt samen met het eindtermenkader, maar hoe zit dat precies in elkaar?

Nu zijn bepaalde sets van eindtermen de voorbije jaren wel geactualiseerd en er kwamen er ook nieuwe bij, maar dat gebeurde te fragmentarisch en niet vanuit een holistische benadering van het curriculum. De huidige actualisering gebeurt volgens het GO! ook niet zoals het hoort: niet binnen een kwaliteitscyclus en onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. Daardoor ontstaat een gebrek aan horizontale en verticale coherentie in het geheel van de vorming en er is ook niet genoeg aandacht voor de globale studiebelasting.

Kerndoelen vanuit Europese sleutelcompetenties

Het GO! vindt eindtermen nog altijd relevant: ze bieden meer garantie dat leerlingen krijgen waar ze recht op hebben. Ze garanderen mee een onderwijs waarin elke lerende gelijke kansen krijgt. De meeste deskundigen zijn het erover eens dat onderwijs drie grote doelen heeft: zorgen voor kennisverwerving en cultuuroverdracht, maatschappelijke toerusting en persoonlijke ontplooiing. Om voldoende toekomstgericht te zijn, moeten deze doelen vanuit competenties worden geherformuleerd en niet vanuit vakken of leergebieden, zoals nu het geval is. Het GO! wil ook af van de soms verwarrende terminologie (eindtermen, ontwikkelingsdoelen, VOET’en, VOELL …). We kiezen voor één nieuw begrip, namelijk kerndoelen. In se zijn dat instapcompetenties voor een volgende fase in de onderwijsloopbaan. Ze moeten leerlingen uitdagen en inspelen op hun profiel, leerstijl en ontwikkelingsbehoeften.

Qua concept voor de herziening van de eindtermen pleit het GO! voor een evenwichtiger kwaliteitskader. Eindtermen mogen niet vanuit een vacuüm worden ontwikkeld. Zo zijn eindtermen één van meerdere curriculuminstrumenten, waarbij ook de rol van de overheid moet worden verduidelijkt. Alle curriculuminstrumenten samen moeten het volgende doen: wenselijke leerinhouden formuleren via overleg met de samenleving en met de arbeidsmarkt; een basis formuleren die ruimte laat voor een eigen pedagogische benadering; de rechten van leerlingen garanderen; en een basis formuleren die de professionaliteit van scholen en leerkrachten aanspreekt. Om dat te realiseren pleit het GO! voor een boomstructuur met de volgende vier takken:

  1. Algemene maatschappelijke opdrachten van een onderwijsniveau worden vastgelegd in een niveaudecreet. Ze verwoorden de algemene doelen van een onderwijsniveau; ze bepalen op een generiek en heel algemeen niveau de competenties van leerlingen die een bepaald onderwijsniveau volgen; ze sturen de ontwikkeling van andere curriculuminstrumenten.
  2. De maatschappelijke opdrachten worden verder ingevuld door een set van kerndoelen. Die worden vastgelegd voor het einde van een onderwijstraject en decretaal verankerd door de overheid. De kerndoelen worden systeemgericht geformuleerd en verwoorden het engagement van de school voor de leerling. Ze worden geformuleerd in termen van grotere generieke clusters en ontwikkelingsdomeinen (cf. Europese sleutelcompetenties, aangevuld met ontbrekende domeinen).
  3. De garanties voor de studievoortgang en de overgangen van leerlingen zitten voor alle onderwijsniveaus vervat in de ‘curriculumdossiers’. Die bevatten opleidingsdoelen die een concrete invulling geven aan de kerndoelen en referentiekaders, zoals de beroepskwalificaties. Ze maken voor de leerlingen duidelijk welke doelen ze in de opleiding zullen bereiken en bevatten ijkingspunten voor voortgang. Ze worden netoverschrijdend vastgelegd door de onderwijsverstrekkers, gevalideerd door de overheid.
  4. De (netgebonden) leerplannen vormen de basis voor studiesanctionering; ze geven aan hoe de opleidingsdoelen gerealiseerd kunnen worden. Ze zijn gebaseerd op de ’curriculumdossiers’.

Kerndoelen in kwaliteitszorg

Kerndoelencurriculumdossiers en leerplannen vormen een referentiekader voor het kwaliteitstoezicht voor de overheid. Ze bieden de school een kader om verantwoording af te leggen over het gevoerde interne kwaliteitsbeleid. Peilingsonderzoeken en doorlichtingen van de onderwijsinspectie maken dat zichtbaar. Aan de hand van de resultaten van de eindtermpeilingen is het mogelijk om tekorten en pluspunten in ons onderwijs bloot te leggen. Het GO! pleit ervoor om de peilingsonderzoeken verder uit te bouwen.

Daarnaast speelt de onderwijsinspectie een cruciale rol in de externe kwaliteitsbewaking van het onderwijs. Een gebrek aan gevalideerde normen voor onderwijsprocessen en vooral een gebrek aan gevalideerde normen voor leerresultaten maakt het werk van de inspectie niet makkelijk. Het GO! pleit ervoor om scholen in het kader van hun interne kwaliteitszorg, genormeerde toetsen bij hun leerplanevaluaties te laten gebruiken, naast andere evaluatie-instrumenten. Objectiveerbare outputgegevens van leerlingenresultaten en geboekte leerwinst worden ingebracht bij een doorlichting. Het toezicht kan zich niet beperken tot een controle op de uitbouw van een kwaliteitszorgmethodiek. Er moet ook nagegaan worden of die rendeert in goede leerresultaten in functie van de leerlingenkenmerken en met het oog op een ambitieuze schoolloopbaan.

Even terugblikken

Eindtermen zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde groep leerlingen. Ze beschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen, en welke houdingen van hen worden verwacht… De eindtermen werden goedgekeurd in het Vlaams Parlement. Dat gebeurde sinds 1997, in fasen, voor de verschillende onderwijsniveaus.

Er zijn leergebied-/vakgebonden eindtermen (wiskunde, taal, wereldoriëntatie ... ) en leergebied-/vakoverschrijdende eindtermen of VOET’en. Met deze VOET’en wilde het Vlaams Parlement een soort vangnet creëren voor waardevolle en maatschappelijk relevante inhouden die onvoldoende terug te vinden zijn in de leergebieden en vakken.  Voor het lager onderwijs zijn er VOET’en voor leren leren, sociale vaardigheden  en ICT-vaardigheden (ingevoerd in 2008). Voor het secundair onderwijs zijn er, na een herziening in 2010, eindtermen rond mediawijsheid, creativiteit, respect, samenwerken enz., en voor leren leren in een zevental contexten: gezondheid, relationele ontwikkeling, de socioculturele samenleving enz. Deze eindtermen zijn toepasbaar in álle opvoedings- en onderwijsactiviteiten van de school. Afhankelijk wat de school verkiest, kunnen ze samen met alle andere vakgebonden of vakoverschrijdende eindtermen worden benaderd.

Naast eindtermen zijn er ook ontwikkelingsdoelen. Het verschil met eindtermen zit in wat de school ermee moet doen. Van de eindtermen moet de school kunnen aantonen dat ze ze probeert te realiseren met al haar leerlingen (resultaatverplichting). Bij ontwikkelingsdoelen moet de school bewijzen dat ze daarvoor een inspanning levert (inspanningsverplichting). In het kleuteronderwijs en in het buitengewoon onderwijs werkt men enkel met ontwikkelingsdoelen. In het gewoon lager onderwijs zijn er eindtermen op het einde van de lagere school. Pas tegen dan moeten de leerlingen ze dus bereikt hebben. In het gewoon secundair onderwijs zijn er eindtermen op het einde van elke graad, behalve in de B-stroom in de eerste graad, die ook met ontwikkelingsdoelen werkt. De eindtermen voor de eerste graad van het secundair onderwijs werden in september 1997 ingevoerd. In 1 september 2002 volgden de eindtermen voor de vakken van de basisvorming en de vakoverschrijdende eindtermen voor de tweede en in 2004 voor derde graad.

Eindtermen en ontwikkelingsdoelen beschrijven zoals gezegd wat de samenleving als leerresultaat van een onderwijsloopbaan verwacht. Verder dan het ‘wat’ gaat de overheid niet. ‘Hoe’ dat precies gebeurt, daar beslissen scholen en leerkrachten zelf over. In de praktijk zitten de eindtermen vervat in de leerplannen, waarin wordt beschreven hoe de eindtermen bereikt kunnen worden. Ze worden doorgaans ontwikkeld door de onderwijskoepels en het GO!. Het schoolbestuur kan daar vanuit haar eigen opvoedingsproject of de eigen visie op een vak wel doelen aan toevoegen die het uitdrukkelijk voor zijn leerlingen formuleert. Leerplannen zijn daardoor ruimer en concreter dan eindtermen/ontwikkelingsdoelen.

Wat doet de Vlaamse overheid?

De Vlaamse eindtermen worden ontwikkeld in de schoot van het Agentschap voor Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS, voordien Entiteit Curriculum, en daarvoor Dienst voor Onderwijsontwikkeling). Door eindtermen in te voeren wil de overheid de basiskwaliteit van het Vlaamse onderwijs garanderen. De onderwijsinspectie hanteert de eindtermen bijvoorbeeld om de onderwijskwaliteit in elke school te evalueren. Ze gaat na welke inspanningen scholen leveren om de leergebied-/vakgebonden eindtermen te realiseren en om vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen na te streven. Via regelmatige landelijke peilingsproeven gaat de overheid bovendien na in welke mate de Vlaamse leerlingen de eindtermen halen. De resultaten daarvan kunnen worden gebruikt om de eindtermen eventueel bij te sturen. Nu het concept van de eindtermen twintig jaar oud is, heeft de overheid beslist om zowel het concept als de inhoud van de eindtermen kritisch onder de loep te nemen voor herziening. In 2015 is een breed maatschappelijk debat gestart om alle eindtermen te herzien. Alle stakeholders geven daarbij input. De resultaten van dit debat worden in het najaar van 2016 verwacht.