Deeltijds kunstonderwijs

2 cursisten - lokaal - schilderen -volwassenenonderwijs - samenwerken - horizontaal - JD.jpg
  • Ervoor zorgen dat mensen een leven lang kunnen en willen leren in het kader van de brede open school is voor het GO! een speerpunt. Het GO! vraagt dat er voldoende infrastructuurmiddelen beschikbaar zijn om intergenerationele campussen in de praktijk mogelijk te maken.

  • De academies voor deeltijds kunstonderwijs maken integraal deel uit van de GO! scholengroepen. Het deeltijds kunstonderwijs (DKO) moet een eigen dotatie krijgen en mag voor zijn ontwikkeling niet aangewezen zijn op middelen uit het leerplichtonderwijs.

GO! standpunt Meer info Tijdslijn Praktijkvoorbeelden

Gelijke onderwijskansen

Het deeltijds kunstonderwijs draagt ertoe bij dat iedere lerende deelneemt aan de samenleving, zich persoonlijk ontplooit en een leven lang en levensbreed kan leren. Terzelfder tijd onderscheidt het deeltijds kunstonderwijs zich van andere onderwijsvormen omdat het werkt met en vanuit kunst. Het start met elke leerling een artistiek leerproces op. Academies leiden leerlingen op tot kunstbeoefenaars die op hun artistiek vakmanschap, creativiteit en verbeeldingskracht kunnen vertrouwen.

De finaliteit van het DKO is drieledig:

1.       een uitstroomfinaliteit naar de kunstbeoefening in de vrije tijd;

2.       een uitstroomfinaliteit naar de arbeidsmarkt;

3.       een doorstroomfinaliteit naar het hoger kunstonderwijs.

Vandaag bepaalt de sociaaleconomische en sociaal-culturele status van leerlingen of zij al dan niet naar een academie kunnen gaan. Voor het GO! moet de hervorming van het DKO uitmonden in onderwijs dat competentie-ontwikkelend en competentiegericht is en op maat van de leerling. Dat onderwijs moet nieuwe doelgroepen bereiken en ervoor zorgen dat meer mensen naar de academie kunnen gaan. Dat betekent niet dat de leerlingencijfers moeten stijgen, maar dat iedereen voor het DKO moet kunnen kiezen. Er zijn voor het DKO verschillende maatregelen te nemen om  talenten maximaal te laten ontwikkelen en gelijke onderwijskansen waar te maken, namelijk:  men kan de einddoelen actualiseren; competentiegericht lesgeven, leren en evalueren; het aanbod actualiseren; de tarieven aanpassen en de financiering aanpassen. Die maatregelen maken het DKO actueel, doelgericht, leerlinggericht en kwalificerend.

 

Elders verworven competenties

Het is maatschappelijk relevant om de einddoelen DKO te actualiseren en op die manier de leerresultaten transparant te maken. Het  kan leiden tot het opwaarderen van de opleidingen die het DKO aanbiedt. DKO-leerlingen zouden dan de verworven competenties en (deel)kwalificaties in andere opleidingen, op de arbeidsmarkt en in de amateurkunsten kunnen inzetten. Het DKO kan op die manier kwalificerend onderwijs worden en de leerling wordt er sterker van.

→ Het GO! bekijkt het actualiseren van de einddoelen DKO vanuit een breed perspectief. Dat maakt het makkelijker om een transparant opleidingsaanbod te realiseren over de verschillende onderwijsniveaus en -vormen heen en het creëert een horizontale en verticale samenhang in de globale opleidingsstructuur. Het GO! wil de kerndoelen DKO integreren in een set van overkoepelende einddoelen die curriculumontwikkeling en leerlinggericht werken mogelijk maken.

Deze kerndoelen bestaan uit de zes kerncompetenties:

  1. individuele gedrevenheid tonen;
  2. creëren en drang tot innoveren;
  3. vakdeskundigheid inzetten;
  4. een onderzoekende houding t.o.v. proces en product;
  5. samenwerken aan een gemeenschappelijk artistiek doel of project.

 

 

 

1 cursist - atelier - beeldhouwen - kunst - volwassenenonderwijs - creatief - verticaal.jpg
Gelijke onderwijskansen en maximalisatie van talenten vormen de kern van het pedagogisch project van het GO!, ook in het deeltijds kunstonderwijs.

Het GO! vindt dat de kerndoelen geconcretiseerd moeten worden in onderwijskwalificatiedossiers. De onderwijskwalificatiedossiers zijn bindend voor de leerplanontwikkeling en voor de trajecten in het kader van elders verworven competenties (EVC). Op het niveau van onderwijskwalificatiedossiers en opleidingen is een opgelegde vakkenstructuur overbodig. De leerplannen geven pedagogisch-didactisch richting en maken inhoudelijke keuzes.

Groter kader

Gelijke onderwijskansen en het maximaal ontwikkelen van talenten vormen de kern van het pedagogisch project van het GO! , ook in het deeltijds kunstonderwijs.

Partner in tweedekansonderwijs

Het GO! ziet mogelijkheden voor het DKO in het tweedekansonderwijs.

→ Volwassenen die hun diploma KSO willen behalen, moeten de ‘basisvorming’ in een centrum voor volwassenenonderwijs en de ‘praktijk’ of het ‘specifieke gedeelte’ (de kunstvakken) in een academie kunnen volgen. Het traject van de tweede kans is enkel een optie voor leerlingen die zowel aan de voltijdse als aan de deeltijdse leerplicht hebben voldaan.

 

Competentie-ontwikkelend

In een competentiegerichte benadering worden kennis, vaardigheden en attitudes met elkaar verweven. Het geïsoleerde inoefenen van vaardigheden maakt er plaats voor een meer holistische manier van leren.

→ Het GO! wil het DKO profileren als onderwijs dat de artistieke aanleg van de leerlingen door gerichte competentie-ontwikkeling ontdekt, activeert en versterkt. Hierdoor kan het sterker op specifieke leervragen inspelen. De competentiegerichte ontwikkeling moet in de nieuwe einddoelen en in de opbouw van de leertrajecten worden opgenomen. Evaluatie wordt dan niet enkel een middel om te meten in hoeverre de leerlingen bepaalde doelen hebben bereikt, maar een instrument om het leren te stimuleren.

Een leerling in het kunstonderwijs verwerft een breed spectrum van competenties. Hij ontwikkelt vakmanschap, creëert en innoveert, toont individuele gedrevenheid, neemt de rol van (onder)zoeker op, werkt samen met anderen. Een brede evaluatie overziet het hele spectrum en zoomt in op de verschillende competenties.

→ Het GO! pleit voor een brede evaluatie met een veelzijdige benadering: vanuit verschillende perspectieven, feedback van verschillende leerkrachten en eventueel externe deskundigen, verschillende informatiebronnen en evaluatie-activiteiten. De evaluatie moet transparant, valide en betrouwbaar zijn.

→ Het GO! heeft als trekker van het pilootproject Kunstig competent! de omslag naar een competentiegerichte wijze van lesgeven, leren en evalueren in het DKO ondersteund en mee vormgegeven. Het wil de resultaten uit het pilootproject maximaal in zijn academies ingang doen vinden.

Specifieke onderwijsbehoeften

Academies moeten zich inspannen opdat ook leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften het gemeenschappelijke curriculum kunnen volgen. Sommige leerlingen zullen ondanks redelijke aanpassingen weinig leerwinst boeken om verder binnen het gemeenschappelijke curriculum te blijven functioneren. In dat geval maken de academies werk van een individueel aangepast curriculum.

→ Van de overheid verwacht het GO! dat ze hiervoor in de passende middelen voorziet.

Financiering

Kinderen, jongeren en volwassenen moeten alle kansen krijgen om zich optimaal te ontwikkelen. Met een degelijk doelgroepenbeleid kan men de ongelijkheid in de deelname aan het DKO aanpakken.

→ Voor het GO! moet de overheid bij de berekening van de omkadering rekening houden met het reële leerlingenaantal. Elke leerling telt. De wijze waarop de overheid de lessenpakketten toekent moet ook voor de werkingsmiddelen gelden. Het DKO moet zelfbedruipend zijn en is dus niet afhankelijk van financiering door derden.

→ De tariefstructuur steunt op leerlingenkenmerken, niet op opleidingskernmerken. Leerlingen moeten een opleiding kunnen kiezen op basis van hun talent en persoonlijkheid. Opleidingen die een aanzienlijke investering in materialen vergen, mogen niet het voorrecht zijn van meer begoede leerlingen. De kansen om een leven lang en levensbreed te leren mogen volgens het GO! niet voorbehouden zijn aan een kapitaalkrachtige elite.

1 leerkracht - atelier - werken - volwassenenonderwijs - open geest - horizontaal (7).jpg

Organisatie en regionale samenwerking

De academies maken integraal deel uit van de GO! scholengroepen. Het GO! kiest voor deze structuur op basis van inhoudelijke argumenten en een gemeenschappelijk (ped)agogisch project. Deze structuur maakt het mogelijk om met diverse belanghebbenden samen te werken.

→ Ook door witte vlekken in het onderwijslandschap in te vullen kan men de feitelijke ongelijkheid in de deelname aan het DKO aanpakken. In dat verband pleit het GO! voor samenwerking en overleg over de netten heen, vooral om behoeften op te sporen. Dat kan via een ‘lerend partnerschap’ of een ‘expertisenetwerk’, bij voorkeur op basis van vrijwilligheid, al kan . men deelname ook via projectwerking stimuleren. Bij het ‘lerend partnerschap’ of het ‘expertisenetwerk’ kunnen ook andere relevante partners aansluiten, bv. kunst- en cultuureducatieve organisaties, kunstenaars, wetenschappers, culturele centra, lerarenopleidingen, de kunsthumaniora in de regio enz.. Een bijkomend bestuursniveau is hier overbodig omdat het afbreuk doet aan de autonomie van het GO! als inrichtende macht.

→ Het GO! vraagt dat de gemeentebesturen naar de geest van het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid handelen en alle academies op hun grondgebied gelijkwaardig behandelen.

Opleiding over de domeinen heen

Het GO! blijft gewonnen voor een brede, initiërende opleiding voor 6- en 7-jarigen die de domeinen overstijgt,. De overgrote meerderheid van de kinderen is pas op een latere leeftijd in staat om uit de verschillende domeinen een onderbouwde keuze te maken. Door de eerste graad voor 6- en 7-jarigen breed in plaats van eng domeinspecifiek in te vullen geef je leerlingen de kans en de tijd om te ontdekken welke artistieke uitdrukkingswijze hen het best ligt.

Het DKO kan een grotere rol spelen bij het ontwikkelen van een kunstzinnige vorming in het kleuter- en het leerplichtonderwijs.

→ Het GO! pleit voor structurele samenwerking tussen het DKO en het kleuter- en leerplichtonderwijs binnen een scholengroep.

→ Het GO! heeft een beperkt aantal specifieke academies. Daarom moeten volgens het GO! scholengroepen het recht krijgen om academies of vestigingsplaatsen van academies te programmeren. Het GO! streeft ernaar om in elke scholengroep een (kunst)academie te hebben. In afwachting realiseren we de samenwerking tussen het DKO en het kleuter- en leerplichtonderwijs via andere partners van wie het project bij het PPGO! aansluit.

Muzische vorming

Het wordt tijd om te evalueren hoe muzische vorming in het basisonderwijs wordt ingevuld. De lerarenopleidingen zijn hier betrokken partij.

→ De GO! visie op de brede school is hiervoor een belangrijke richtingaanwijzer.

Cross-over en interdisciplinariteit

In de toekomstige opleidingsstructuur moet er voldoende ruimte zijn voor cross-over en interdisciplinariteit. Op die manier kan het DKO inspelen op de actuele evoluties in de kunsten.

→ Het GO! wil geen afzonderlijke ‘cross-over’-opleiding of een afzonderlijk domein (Multi)Media naast de bestaande domeinen Muziek, Woordkunst, Dans en Beeldende kunst.

→ Leerlingen met een niet-westerse achtergrond moeten zich in het opleidingsaanbod kunnen herkennen. ‘Nieuwe’ muziekinstrumenten moeten hun weg naar het curriculum vinden.

→ Organisatorisch is het GO! de idee van de kunstacademie genegen, maar toch moeten academies het eigen profiel kunnen behouden, zoals het profiel van de ‘kunstambachtenschool’. Voor het GO! kunnen academies enkel op basis van vrijwilligheid tot kunstacademies worden omgevormd.

Geïntegreerd muziekonderwijs

Het huidige muziekonderwijs gaat uit van aparte vakken.

→ Het GO! ziet veel mogelijkheden in een geïntegreerde benadering van het muziekonderwijs met het instrument als uitgangspunt. Een geïntegreerde manier van lesgeven sluit aan bij de interesse van de leerlingen. Ze maakt de opleidingen aantrekkelijker, werkt drempelverlagend en bewerkstelligt verbreding.

Werkplekleren en leren in een alternatieve context

DKO-leerlingen zijn erbij gebaat dat ze leerervaringen gedeeltelijk buiten de academie kunnen opdoen. Werkplekleren of leren in een alternatieve leercontext werkt motiverend, zorgt voor variatie in de opleiding, brengt leerlingen noodzakelijke werkattitudes bij en geeft academies de kans om met hedendaagse middelen en apparatuur te onderwijzen.

→ Ook binnen het DKO ziet het GO! heel wat mogelijkheden voor leerlingen om via alternatieve kanalen artistieke competenties te verwerven: in een bedrijf, in de amateurkunstensector of in een zelfstandige kunstenaarspraktijk. Het GO! wil zijn academies stimuleren om hier sterker op in te zetten.

Gevolgen voor het personeel

Een geactualiseerde opleidingsstructuur vraagt om begeleidende maatregelen. Nieuwe onderwijsbevoegdheden, oude en nieuwe opleidingsonderdelen en vakinhouden moeten op elkaar worden afgestemd.

Even terugblikken

Het deeltijds kunstonderwijs (dko) is een aanvullend onderwijs, gericht op de kunstzinnige vorming van kinderen, jongeren en volwassenen. Er zijn vier studierichtingen: beeldende kunst, muziek, woord en dans.

De regelgeving voor het deeltijds kunstonderwijs uit 1990 is ontoereikend om de nieuwe maatschappelijke verwachtingen t.a.v. het deeltijds kunstonderwijs (dko) in te lossen. Ze schrijft gelijkvormige trajecten voor die weinig flexibel zijn en onvoldoende op de leervragen van de leerlingen inspelen. De minimumleerplannen bieden weinig ruimte voor eigentijdse pedagogische inzichten zoals nieuwe evaluatiemethodieken of actuele ontwikkelingen in de kunsten als cross-over en interdisciplinariteit. De voorbije twee legislaturen werden er diverse voorstellen gelanceerd om het deeltijds kunstonderwijs te hervormen. 

1 kind - lokaal - muziek spelen - deeltijds kunstonderwijs - samenwerken - horizontaal - JD - begeleiding.jpg
quote

Kinderen, jongeren en volwassenen moeten alle kansen krijgen om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

Wat wil de Vlaamse overheid?

Minister Crevits erkent de nood aan een hervorming van en een niveaudecreet voor het deeltijds kunstonderwijs. Haar beleidsintenties werden geconcretiseerd in een Conceptnota voor een toekomstig deeltijds kunstonderwijs. Hiermee wil de minister de regelgeving vereenvoudigen; het dko in het onderwijs verankeren en het met de kunstensector en het kleuter- en leerplichtonderwijs verbinden.

Gelijke onderwijskansen en maximalisatie van talenten vormen de kern van het pedagogisch project van het GO!, ook in het deeltijds kunstonderwijs. Het pedagogisch project reikt een aantal hefbomen en te ondernemen acties aan opdat het GO! zijn opdracht via het deeltijds kunstonderwijs kan realiseren. Het verwijst naar een aangepaste financiering, een inhoudelijke modernisering van de einddoelen en de evaluatiemethodieken en een geactualiseerd(e) opleidingsstructuur en opleidingsaanbod. Het GO! hecht veel belang aan een structurele verankering van de samenwerking tussen het DKO en het kleuter- en leerplichtonderwijs. Deze structurele samenwerking start in eerste instantie in de GO! scholengroep. De academies voor deeltijds kunstonderwijs maken voor het GO! integraal deel uit van de GO! scholengroepen.

Blader door de tijdslijn

Ontdek de praktijkvoorbeelden

zeefdrukdrukdruk.jpg
Kunst Deeltijds Kunstonderwijs

Kunstig Competent