Inclusie

kinderopvang.jpg
  • Het is de maatschappelijke opdracht van onderwijs om elk kind een optimale ontwikkeling te bieden in functie van maximale maatschappelijke participatie.

  • ‘Niet meer denken: wat is er met deze leerling aan de hand, maar denken: wat heeft deze leerling nodig?’.

  • Inclusief onderwijs is geen doel op zich, het is een middel om te komen tot een inclusieve samenleving.

  • Een strikt onderscheid tussen gewoon en buitengewoon onderwijs is een hindernis om inclusief onderwijs te realiseren.

GO! standpunt Meer info Tijdslijn Praktijkvoorbeelden

Het GO! staat helemaal achter het M-decreet. Het ziet het M-decreet zelfs als een brug naar écht inclusief onderwijs dat tot een inclusieve samenleving moet leiden. Elk individu moet de kans krijgen op een optimale ontwikkeling; een ontwikkeling die niet leidt tot nivellering en standaardisering, maar die gedifferentieerd is naar ieders talent, competenties, interesses en mogelijkheden. Dat kan door enerzijds milieuachterstanden en beperkingen van leerlingen te milderen of weg te werken door aangepaste hulpverlening, en anderzijds door in te spelen op specifieke behoeften van meerbegaafde en talentrijke jongeren. Het M-decreet zet namelijk in op goed onderwijs voor alle leerlingen en dat past binnen het pedagogisch project van het GO! .

De toenemende diversiteit in onze samenleving stelt de huidige onderwijsorganisatie voor complexe uitdagingen. Het is niet eenvoudig om tegemoet te komen aan de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van alle leerlingen en om een kwalitatief onderwijsloopbaanperspectief te realiseren. Daarbij moeten we meer dan individuen met elkaar verbinden om het samen leren samenleven te realiseren. Een brede focus op ontwikkeling met de nadruk op mogelijkheden eerder dan beperkingen, en voldoende opportuniteiten voor een gedifferentieerde aanpak zijn daarbij cruciaal. Jammer genoeg stellen we vast dat het onderwijs in Vlaanderen op veel vlakken fout loopt:

  • Een hoog percentage jongeren verlaat het middelbaar onderwijs zonder diploma;
  • Kansarme leerlingen hebben lagere slaagkansen in het hoger onderwijs;
  • Onze maatschappij telt steeds meer jonge leefloners.

En … Als je weet dat ons onderwijs op dit moment sociale ongelijkheid reproduceert, dan is het volgende cijfer alarmerend: één kind op de tien in Vlaanderen leeft onder de armoedegrens.

Daarom wil het GO! dat:

  • ons onderwijs inclusief wordt;
  • het onderwijspersoneel ervan uitgaat dat het intelligentie kan beïnvloeden, het uitgangspunt is een growth mindset;
  • ons onderwijs ontwikkelingsgericht wordt;
  • ons onderwijs op het leerpotentieel van de leerlingen focust;
  • ons onderwijs geen dead ends bevat.

Een dergelijk onderwijs zou de volgende effecten kunnen hebben:

  1. Het vormt burgers die eigen keuzes kunnen maken;
  2. Het vormt burgers die een eigen levensproject realiseren;
  3. Het vormt burgers die volwaardig kunnen participeren in de maatschappij.

Het inclusieve onderwijs waarvan we dromen is geen doel op zich, het is een middel om te komen tot een inclusieve samenleving. Met een inclusieve maatschappij bedoelen we een samenleving waarin iedereen evenwaardig kan en mag deelnemen, ongeacht zijn achtergrond of beperking. Het is een samenleving waarin iedereen zich verbonden en betrokken voelt. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid van het individu en de maatschappij waarbij de maatschappij de nodige inspanningen doet, zodat het individu zich kan integreren.

Met de StiCoRDi-maatregelen ondersteunen we het leren van alle leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, ongeacht de beperking die officieel bij hen werd vastgesteld. Ten onrechte stelt men vaak dat StiCoRDi-maatregelen enkel van toepassing zijn op leerlingen met een oficieel vastgestelde beperking. Alle leerlingen die (tijdelijk) moeilijkheden ervaren bij het leren en daardoor beperkt worden in de participatie aan het onderwijsgebeuren, kunnen StiCoRDi-maatregelen nodig hebben. Deze maatregelen maken een sterke leeromgeving voor alle leerlingen mogelijk:

  • Stimulerende maatregelen: de inzet en motivatie van leerlingen vergroten;
  • Remediërende maatregelen: het probleem op een directe manier aanpakken door instructie en het aanleren van strategieën;
  • Compenserende maatregelen: belemmeringen om goed te leren verminderen en/of opheffen;
  • Dispenserende maatregelen: de leerling vrijstellen van bepaalde activiteiten, vakonderdelen, etc en die vervangen door evenwaardige activiteiten en doelen.

Even terugblikken

Sinds 1 september 2015 is het M-decreet in voege in Vlaanderen. De M staat voor ‘maatregelen voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte’. Met het M-decreet brengt Vlaanderen in praktijk wat het al in 2009 beloofde, toen het het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap mee goedkeurde. Dat verdrag bepaalt dat mensen met een handicap recht hebben op een goed leven en op volwaardige deelname aan de maatschappij, én dus ook aan het onderwijs.

Wat zegt de Vlaamse overheid?

Via het M-decreet moeten meer leerlingen met een beperking een plaats in het gewoon onderwijs krijgen. Ze krijgen het recht op redelijke aanpassingen om in een gewone school gewoon onderwijs te kunnen volgen. Door het M-decreet wordt inclusief onderwijs de regel, buitengewoon onderwijs de uitzondering. Vóór de invoering van het M-decreet werden steeds meer leerlingen naar het buitengewoon onderwijs doorverwezen. De jongste tien jaar steeg hun aantal met twaalf procent. Sinds de goedkeuring van het M-decreet is het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs voor het eerst sinds lang gedaald.

Het M-decreet is in het leven geroepen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Dit zijn leerlingen met  langdurige en belangrijke participatiebehoeften die zich opdringen door een samenspel van:

  • een of meer functiebeperkingen;
  • beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten;
  • persoonlijke en externe factoren.

Tot nu toe werden zulke leerlingen vanuit een medisch-deficit model bekeken, met als doel gezondheidsproblemen te benoemen. Daardoor worden leerlingen te eng benaderd, met name vanuit één (negatief) perspectief. Een leerling heeft zelf weinig impact op het feit of zijn beperking hem of haar in een handicapsituatie brengt. De leerling kan zichzelf moeilijk aanpassen, maar de school kan wel proberen de context te veranderen door leerbarrières weg te werken.

Het M-decreet in het kort

Het M-decreet geldt zowel voor het gewoon als buitengewoon onderwijs. De grootste verandering voor het gewoon onderwijs is het recht op redelijke aanpassingen. Het leerkrachtenteam moet veel gerichter nadenken over remediëring, differentiatie, het inzetten van hulpmiddelen en het meer op maat maken van het curriculum. Het moet ook overleggen met leerlingen met een beperking en hun ouders, en intensiever samenwerken met het CLB. Toch volgen nu al leerlingen met dezelfde kenmerken les in gewone scholen. Ze worden daarbij ze ondersteund via StiCoRDi-maatregelen of GON-begeleiding. De leerkrachtenteams worden uitgedaagd om te differentiëren, maar ook dat is eigenlijk niet nieuw; het zou tot de basisvaardigheden van elke leerkracht moeten behoren.

Leerlingen kunnen enkel nog naar het buitengewoon onderwijs worden doorverwezen op basis van een verslag van het CLB. Dat zal eerst nagaan of de gewone school eerst alle mogelijke (en redelijke) maatregelen heeft getroffen.

Het M-decreet steunt op twee belangrijke pijlers waar het GO! al langer op inzet: het zorgcontinuüm en de principes van het handelingsgericht werken.
Diversiteit is een normale zaak. Leerlingen verschillen van elkaar, ook qua onderwijs- en opvoedingsbehoeften. Daarom is het participatieprobleem binnen de lessen niet enkel een persoonlijk probleem van de leerling. Het ontstaat als de klas- en schoolcontext en de specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling niet op elkaar aansluiten. Door preventief op het hiaat tussen aanbod en onderwijsbehoeften van de leerling in te spelen, wil het M-decreet dit probleem voorkomen.

Het zorgcontinuüm is de rode draad in dit verhaal. Daarin onderscheiden we vier fasen. Schematisch vult het GO! het continuüm zo in:

zorgcurriculum.png

De basis van de driehoek van het zorgcontinuüm is de onderwijsomgeving die op de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van alle leerlingen is afgestemd. Naarmate de driehoek smaller wordt, zijn de aanpassingen meer geënt op een kleinere groep leerlingen met meer specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften. Het aantal leerlingen waarvoor de school naar een hogere fase overstapt, wordt voor elke fase kleiner. De breedte van de fase geeft met andere woorden het aantal leerlingen weer voor wie de school die fase bereikt. Naarmate de school in hogere fasen van het zorgcontinuüm maatregelen neemt, wordt het kind meer op maat en in een apart traject begeleid. In het zorgcontinuüm zijn de StiCoRDi-maatregelen geïntegreerd. StiCoRDi staat voor ‘Stimuleren’, ‘Compenseren’, ‘Remediëren’ en ‘Differentiëren’ (of ‘Dispenseren’). StiCoRDi-maatregelen zijn gelinkt aan de onderwijsbehoeften van leerlingen. Ze kunnen in elke fase voorkomen en behoren tot de redelijke aanpassingen die de school voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften moet doen.

Een doelgerichte samenwerking binnen het zorgcontinuüm vertrekt vanuit een aantal principes die in het M-decreet werden verankerd. Deze principes stemmen overeen met de zeven uitgangspunten van het handelingsgericht werken. De visie en methodiek van het handelingsgericht werken (HGW) helpt de school om haar leerlingbegeleiding te optimaliseren. Leerlingbegeleiding is meer dan sociaalemotionele begeleiding. De leerbegeleiding en schoolloopbaanbegeleiding maken er deel van uit.

Zeven uitgangspunten van handelingsgericht werken (HGW)

  1. We werken doelgericht
  2. We stemmen onze inspanningen op elkaar af
  3. We zetten de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerlingen centraal
  4. We houden rekening met de behoeften van leerkrachten
  5. We benutten de positieve aspecten van de leerlingen en de onderwijscontext
  6. We werken constructief samen
  7. We werken systematisch en transparant

Blader door de tijdslijn