Volwassenenonderwijs

1 cursist - lokaal - lachen - volwassenenonderwijs - sociaal - horizontaal - JD.jpg
  • Volwassenenonderwijs staat voor gelijke onderwijskansen en maximale talentontplooiing.

  • Een centrum voor volwassenenonderwijs is de spil voor onderwijs na een eerste schoolloopbaan.

  • Op het vlak van pedagogische begeleiding zet het volwassenenonderwijs blijvend in op samenwerking.

GO! standpunt Meer info Tijdslijn Praktijkvoorbeelden

Gelijke onderwijskansen en talentontplooiing

Het GO! wil in het volwassenenonderwijs blijvend inzetten op algemene vorming, op kwalificaties verwerven en op een tweede kans. Dat zijn de drie hoekstenen uit het decreet van 2007.

Gelijke onderwijskansen en het ontwikkelen van zoveel mogelijk talenten zijn de kern van het pedagogische project van het GO!. Dankzij het volwassenenonderwijs zijn cursisten beter inzetbaar in de samenleving en bovendien nemen ze er actiever deel aan. En de kans dat ze erin slagen om werk te vinden is groter. Ten slotte en niet minder belangrijk: volwassenenonderwijs zorgt voor (meer) zelfontplooiing, persoonlijk welbevinden en sociale inclusie.

Centra voor volwassenenonderwijs: sterke troeven

Voor onderwijs na een eerste schoolloopbaan is een centrum voor volwassenenonderwijs voor het GO! dé plek waar iemand steeds opnieuw aansluiting kan vinden bij de maatschappij. Bovendien komt een leven lang leren steeds meer op de voorgrond, omdat we langer leven en kennis snel evolueert. Het in het volwassenenonderwijs ontwikkelde typische organisatiemodel is lovenswaardig. Het heeft sterke troeven: een fijnmazig en laagdrempelig aanbod, flexibele leertrajecten, een modulair opleidingsaanbod, benadering op maat van een volwassen lerende, én gemotiveerde lesgevers met voeling met de praktijk.

Het GO! telt momenteel 23 cvo's verspreid over heel Vlaanderen. Die zijn goed voor een marktaandeel van bijna 34% van alle cursisten in het volwassenenonderwijs.

Eigen competenties na een eerste schoolloopbaan uitbreiden, daartoe moet iedereen de kans krijgen in het volwassenenonderwijs.

quote
1 cursist - lokaal - lachen - volwassenenonderwijs - zelfvertrouwen -  horizontaal - EDM.jpg

Schaalvergroting?

Onderwijsdecreet XXVII voert nieuwe rationalisatie- of bestaansnormen voor het (secundair) volwassenenonderwijs in. Het voorliggend regelgevend kader en het (moeten) realiseren van de nieuwe rationalisatienormen die een stuk hoger liggen dan hetgeen door het GO! werd vooropgesteld, maakt dat het landschap volwassenenonderwijs voor ingrijpende veranderingen staat. De op stapel staande herstructureringen kunnen verschillende vormen aannemen.

Bij het vormgeven van nieuwe centra voor volwassenenonderwijs hanteert het GO! enkele leidende principes. We willen:

  • nieuwe centra voor volwassenenonderwijs vormgeven die regionaal samenhangende gehelen vormen;
  • waarbij geen enkel van de huidige centra voor volwassenenonderwijs in afbouw moet gaan;
  • waarbij de fusiecentra een ruime marge realiseren ten aanzien van de nieuwe hoge rationalisatienormen;
  • in die mate dat de fusiecentra onmiddellijk de bijkomende norm/incentive van 850.000 LUC realiseren (alvast voor die centra die de norm van 700.000 lesurencursist moeten halen);
  • hierbij een mate van inbedding in de scholengroepen vrijwaren;
  • hierbij de problematiek van de zgn. scholengroepvreemde vestigingsplaatsen trachten op te oplossen.

Als gevolg van de hoge rationalisatie- of bestaansnormen zal het niet langer mogelijk zijn dat elke scholengroep een cvo heeft. Dit neemt niet weg dat het GO! vanuit zijn pedagogische project uitdrukkelijk blijft kiezen voor levenslang leren binnen de structuur van een scholengroep. Om dit te faciliteren ontwikkelden we een aangepast aansturingsmodel voor een toekomstig fusiecentrum. Een adviserend Bestuurscollege of ‘Medezeggenschapscollege’ zal de Raad van Bestuur van de inrichtende macht- scholengroep bijstaan bij het algemeen en het pedagogisch en onderwijskundig beleid van het fusiecentrum. Het Bestuurs- of Medezeggenschapscollege is samengesteld uit bestuursverantwoordelijken van de fuserende centra, de betrokken algemeen directeurs en de directeur van het fusiecentrum. Terzelfdertijd werken we een Vlaanderen-breed model voor het berekenen van de hospiteringskost van een cvo uit om een gelijkgerichte benadering te bewerkstelligen en om te vermijden dat de toekomstige fusiecentra met uiteenlopende regelingen worden geconfronteerd.Het GO! biedt onderwijs aan van kinderdagverblijf tot een leven lang leren vanuit een sterk pedagogisch project en een heldere visie. Een goede afstemming en vlotte doorstroming zijn cruciaal. Alleen dan krijgt elke lerende de beste kansen op onderwijs en ontwikkeling. Hiervoor is de scholengroep de hefboom bij uitstek en die moet op zijn beurt de centra versterken. Concreet zien we kansen in tastbare samenwerking tussen de verschillende onderwijsniveaus en -vormen.

Bij de ontwikkeling van domein- en campusscholen in scholengemeenschappen moet het studieaanbod volwassenenonderwijs mee in rekening gebracht worden. Daartoe zijn de integraalplannen een gepast instrument.

Bruggen slaan tussen verschillende onderwijsniveaus en -vormen en de samenwerking versterken tussen het volwassenenonderwijs, het voltijds secundair onderwijs en Leren & Werken (DBSO) wordt een uitdaging voor de scholengroepen. Loopbaanontwikkeling, en leeradvies en -oriëntering worden hierbij belangrijke opdrachten.

Samenwerking met perspectief

De consortia volwassenenonderwijs zijn weggevallen. Onder meer daardoor is er ruimte voor sterke horizontale verbindingen tussen de centra van het GO!. Die samenwerking kan leiden tot meer efficiëntie, een betere kwaliteit en professionalisering. Lerende netwerken, de uren- en puntendatabank zijn voorbeelden van goede praktijk om de samenwerking te bevorderen.

Netoverstijgende samenwerking is nog steeds relevant, in het bijzonder met de centra van het officieel gesubsidieerd onderwijs. Binnen deze context wenst het GO! echter geen bijkomend bestuursniveau in de vorm van een rechtspersoon. En ook geen verregaande vorm van samenwerking die de bevoegdheden van het GO! als inrichtende macht inperkt. Voor het GO! doet dit afbreuk aan zijn pedagogische project dat expliciet niet beperkt wordt tot het leerplichtonderwijs.

Daarnaast zijn partnerschappen met andere spelers binnen de volwasseneneducatie aangewezen: CBE, sociaal-cultureel volwassenenwerk en Socius, VDAB, Syntra, het bedrijfsleven, hogescholen, enzovoort. En er zijn nog steeds de talrijke convenanten tussen het volwassenenonderwijs en diverse beroepsssectoren in het kader van werkplekleren en stageplaatsen.

En de centen?

Op 1 september 2019 gaan de nieuwe financieringsregels in voor het volwassenenonderwijs. Binnen dit kader waarderen wij de open end-financiering voor NT2, het behoud van de vrije aanwending van de middelen (er is immers ook geen exacte/mathematische grens tussen de middelen die worden gegenereerd door cursisten NT2 en door cursisten in andere opleidingen), de integratie in de reguliere omkadering van de projectmiddelen naar aanleiding van de verhoogde taalvereisten van inburgeraars en de mogelijkheid om, met een akkoord in het lokale comité, substantieel meer middelen te reserveren voor een volgend schooljaar. Het zijn maatregelen die de cvo’s perspectief bieden om beleid uit te tekenen op de langere termijn en de nodige middelen daarvoor in te zetten en desnoods te heroriënteren.

Daartegenover staat dat er voor de middelen voor het gros van de opleidingen wél nog een groeinorm wordt gehandhaafd en dat de overheid dus niet de garantie kan bieden dat een goed beleid ook wordt gehonoreerd met de bijhorende middelen.

We weten ook niet of de nieuwe financiering in álle gevallen zal voorzien in voldoende basisfinanciering en of het volwassenenonderwijs (dus) zijn maatschappelijke opdracht - een breed, fijnmazig, aanbod aan levenslang leren garanderen - overal zal kunnen (blijven) waarmaken.  

We klagen de ongelijke financiering aan tussen cursisten die wél slagen voor een module/opleiding en cursisten die niét slagen (in- en outputfinanciering en kwalificatiebonus). De overheid wil de cvo’s daarmee stimuleren nóg meer in te zetten op trajectbegeleiding. Maar de slaagkansen van cursisten worden niet alléén bepaald door trajectbegeleiding en een cursist die op het einde van de rit niét slaagt, heeft niet minder inzet gevraagd aan middelen en personeel dan een cursist die wél slaagt. De slaagkansen van cursisten liggen ook niet gelijkmatig over de opleidingen gespreid. Een output-financiering is dan ook nadelig voor centra met ‘moeilijke’ opleidingen. In een concurrentieel landschap, waar de output van het ene cvo mee de omvang van de omkadering en het budget bepaalt waarover het andere cvo beschikt, zet outputfinanciering eerder druk op het aanbod en op de wijze waarop de centra kwalificeren, dan op trajectbegeleiding. Wat specifiek de kwalificatiebonus betreft: heel wat cursisten volgen een gedeelte van een opleiding in het kader van hun sociale en professionele mobiliteit en competentieverhoging. Die cursisten ervaren niét de behoefte om een hele opleiding af te ronden, maar zij realiseren wel degelijk ten volle de finaliteit van het volwassenenonderwijs als onderwijs voor sociale promotie.

In het licht van dat alles blijven wij dan ook de nieuwe financiering en financieringsregels van nabij opvolgen en monitoren en zullen wij aansturen op bijsturing mocht blijken dat zich ergens een ontsporing voordoet. Zolang schorten wij dan ook ons eindoordeel over de nieuwe financiering op. 

Infrastructuur

Centra voor volwassenenonderwijs kunnen hun maatschappelijke opdracht niet langer waarmaken binnen (alleen) de infrastructuur van het dagonderwijs. Van de centra voor volwassenenonderwijs wordt verwacht dat zij snelle en efficiënte leertrajecten ontwikkelen, korte intensieve dagtrajecten die tegemoet komen aan dringende maatschappelijke noden: opleiding naar knelpuntberoepen en integratie van anderstalige nieuwkomers. Centra moeten dus op zoek naar gepaste, betaalbare infrastructuur voor hun onderwijs overdag. Die is niet overal voorhanden. De nood aan eigen infrastructuurmiddelen voor het volwassenenonderwijs (eventueel via het opnemen in de verdeelsleutel voor het toekennen van infrastructuurmiddelen in het onderwijs) wordt dan ook urgent.

Binnen de scholengroepen moet voor huisvesting maximaal ingezet worden op  samenwerking. De integraalplannen zijn hiertoe het instrument bij uitstek.

Personeel

Het GO! vindt een hertekening van de lerarenloopbaan en introductie van de jaaropdracht belangrijk als probleemoplossende hefbomen. Daardoor kan het opleidingsaanbod efficiënter en effectiever en kan de uitwisseling van personeel tussen de onderwijsniveaus en -vormen makkelijker worden.

Samenwerking op het vlak van pedagogische begeleiding over de netten heen?

Een ferme inkrimping van extra ondersteuningsmiddelen volwassenenonderwijs heeft de typerende netoverstijgende samenwerking zwaar onder druk gezet. Niettemin opteert het GO! voor een blijvende samenwerking op het vlak van  pedagogische begeleiding en die te versterken rond thema’s. Een van die thema's is voor het GO! het volwassenenonderwijs. De deelthema's waar het GO! via samenwerking op inzet zijn: curriculumontwikkeling, elders verworven competenties, onderwijs aan gedetineerden, afstandsleren, e-leren & gecombineerd onderwijs, én geletterdheid.

quote icoon

Het GO! biedt onderwijs aan van kinderdagverblijf tot een leven lang leren vanuit een sterk pedagogisch project en heldere visie.

Wat met kwaliteitscontrole?

Voor het GO! moet externe kwaliteitscontrole voor het secundair volwassenenonderwijs gericht zijn op ontwikkeling en constructieve input. Maar ook niet bestraffend en niet betalend. En wat gericht moet zijn op output moet op maat van het volwassenenonderwijs.

Het GO! onderschrijft de intentie van minister Crevits om het interne kwaliteitsbeleid van een centrum centraler te stellen in de externe kwaliteitsbewaking van het onderwijs. Maar databundels die de overheid in dit verband aanreikt, moeten eveneens beschikbaar zijn voor het volwassenenonderwijs.

Voor het GO! is een realistisch geheel van systemen voor/binnen een centrum de voornaamste bekommernis.

1 cursist - klas - lachen - volwassenenonderwijs - diversiteit - horizontaal.jpg
quote

Partnerschappen met andere spelers binnen de volwasseneneducatie is aangewezen.

Nederlands als Tweede Taal

In het bijzonder m.b.t. het NT2 blijft het GO! alert voor de manier waarop de beleidsintenties met betrekking tot NT2 verder  uitgevoerd worden. In elk geval moet voor het GO! de bevoegdheid over de organisatie van NT2 integraal onder het beleidsdomein Onderwijs blijven ressorteren.

_____________

Even terugblikken

Hoe het volwassenenonderwijs georganiseerd wordt, is sinds 2007 door het decreet van 15 juni 2007 geregeld. Inmiddels is dat decreet grondig gewijzigd. Zo was er de afschaffing van de 13 consortia – dat zijn werkingsgebieden – volwassenenonderwijs: regionale samenwerking tussen de centra voor volwassenenonderwijs (cvo) en de centra voor basiseducatie (cbe) werd belangrijk. Recent overheidsbeleid greep nog verder in op het decreet. Denk aan de introductie van de nieuwe rationalisatie- en bestaansnormen en de nieuwe wijze van financiering.

Wat wil de Vlaamse overheid?

Je competenties na een eerste schoolloopbaan uitbreiden, verdiepen en verbreden. Daartoe moet iedereen de kans krijgen via het volwassenenonderwijs. Dat stelt ook de Beleidsnota Onderwijs 2014-2019. Hierbij wordt vooral gemikt op groepen in de samenleving voor wie extra ondersteuning in de zoektocht naar werk nodig is. Om de middelen weloverwogen aan te wenden, moeten de instellingen voor volwassenenonderwijs meer slagkracht en autonomie verwerven. Daarvoor moeten ze bij hun organisatie inzetten op schaalvergroting. Recent overheidsbeleid gaf hier volop uitvoering aan. Voor het Hoger beroepsonderwijs (HBO5)  en de Specifieke lerarenopleiding (SLO) stonden in de Beleidsnota een aantal  beleidsmaatregelen die voor het volwassenenonderwijs  zeer ingrijpend bleken te zijn . Deze resulteerden in ontwerpregelgeving waarbij dit opleidingsaanbod vanuit de cvo in de hogescholen en universiteiten wordt ingekanteld op timing 1 september 2019.

Blader door de tijdslijn

Ontdek de praktijkvoorbeelden

klaarvoordearbeidsmarkt05.jpg
Volwassenenonderwijs Arbeidsmarkt Knelpuntberoepen

Klaar voor de arbeidsmarkt

hotspot02.jpg
Brede open school Ondernemingszin en ondernemerschap Open leercentrum Volwassenenonderwijs

Nieuwe hotspot voor onderwijs en bedrijfsexpertise

video play knop Knipsel.JPG
Video Open leercentrum Volwassenenonderwijs

Transformeer jezelf